Met: Miles Davis (orgel, trompet); Sonny Fortune (alle andere blazers); Pete Cosey (gitaar, synthesizer, percussie); Reggie Lucas (gitaar); Michael Henderson (bas); Al Foster (drums); James Mtume (percussie)
Het avondconcert van 1 februari 1975 in de 'Festival Hall' in Japan, waar het middagconcert al was uitgebracht als
Agharta. Het ontleent zijn titel aan de naam die is gegeven aan de landmassa van toen alle continenten op aarde nog aan elkaar vastzaten (tot ong. 200 miljoen jaar geleden). Een interessant maar minder bekend feit is dat wetenschappers nu denken dat er in de lange geschiedenis van onze planeet vijf a tien van dat soort 'supercontinenten' zijn geweest, afhankelijk van de definitie die je gebruikt.
Dit om er maar een beetje omheen te praten dat er eigenlijk niet zoveel is over deze periode van Miles Davis dat ik al niet bij andere albums heb geschreven. Op internet wordt druk gediscussieerd of nou deze of
Agharta het beste concert was, maar hoewel ik nou ook weer niet wil beweren dat er geen verschil te horen is, vind ik ze stilistisch niet verschillend genoeg om daar een ei over te leggen.
Pangaea is misschien nog een stukje weidser en meer uitgesponnen, wat eigenlijk zowel de zwakke als de sterke eigenschappen van deze band versterkt. Zoals ik eerder schreef: muziek die voor mij al snel een beetje naar de achtergrond verdwijnt, al zit er genoeg textuur in dat ik me kan voorstellen dat mensen die dit vaak luisteren de passages wél goed uit elkaar kunnen houden. Ik betwijfel of dit een groot onderdeel uit gaat maken van mijn muzikale dieet, daarvoor ligt het net te veel buiten mijn straatje. Dat er genoeg mensen zijn die dit geniaal vinden, bewijst o.a. de score hier.
Voor nu geef ik dit hetzelfde aantal sterren als
Agharta, en merk ik op dat ik deze concerten in ieder geval de moeite waard vond om te beluisteren.