Recensie voor
Super Tip-Topper
Monsoon, actief tussen 1980 en 1982, was hoofdzakelijk het resultaat van het muzikale huwelijk tussen muzikant en producer Steve Coe en de getalenteerde, op dat moment pas 16 jaar oude Britse zangeres Sheila Chandra. Door onenigheid met hun label over de beoogde muzikale richting - het zal ook eens niet - was de band alweer uit elkaar voor in 1983 alsnog hun eerste album uit zou komen. De hierdoor vrijgekomen energie werd door Coe en Chandra vervolgens in een redelijk succesvolle solo-carrière gestopt van laatstgenoemde, eerst via het kleinere Indipop label en later op Peter Gabriel's wereld-label. En waar Third Eye nog een echte pop-plaat is, zou Chandra's latere werk steeds meer richting drone verschuiven en een steeds grotere variatie aan invloeden verkennen. Dat er hier en daar enkele new age muzak smetjes in haar oeuvre zijn te vinden - voornamelijk in de vorm van bijdrages aan compilaties en soundtracks - valt daarbij gemakkelijk door de vingers te zien. Tegenwoordig is Chandra helaas niet meer in staat om te zingen vanwege
BMS, maar ze heeft gelukkig een rijk oeuvre achtergelaten.
Op Third Eye wordt voornamelijk een brug geslagen tussen Indiase muziek en Westerse Synth Pop. Een lastige grens om te bewandelen zonder in kitsch-valkuilen te vallen, maar Monsoon slaagt er met verve in. Bij de eerste tonen van opener
Wings of the Dawn (Prem Kavita) had ik nog even mijn twijfels - de zang geeft een behoorlijke new agy-vibe af - maar zodra de instrumentatie invalt en het nummer echt begint, hebben Chandra's vocalen me eigenlijk al ingepalmd. Vervolgens neemt ze je 40 minuten lang mee op reis langs haar muzikale visie, terwijl de beekjes links en rechts kalm voortkabbelen en een Bollywood film ergens op de achtergrond geruisloos staat te spelen. Er komt een scala aan ongebruikelijke instrumenten langs (we horen onder meer een celesta, sitar, tabla, accordion en tambura), maar de band lijkt behoorlijk hun best te doen om te bewijzen dat dit niet ten koste hoeft te gaan van de toegankelijkheid van de liedjes. Third Eye staat namelijk vol repetitieve, hypnotiserende en catchy ritmes. "Zou tegenwoordig niet meer zo opvallen" schrijft
sq hierboven, 15 jaar geleden. En hoewel de fusie van pop en rock met allerlei vormen van wereld-muziek tegenwoordig behoorlijk wijdverspreid is, vind ik dat Monsoon hier nog steeds een behoorlijk fris en eigen geluid brengt. Anno 2021 zou je hier ook gewoon mee voor de dag kunnen komen. Het is eigenlijk ook verbazingwekkend dat de plaat zo coherent klinkt, gezien de variatie aan muzikale elementen en invloeden.
Op hun debuut-EP uit 1981, waarvan enkel
Ever So Lonely op dit album terug is te vinden, beslaan de overige drie nummers nog overwegend de Westerse pop-kant van de band. Op Third Eye is de muzikale visie en fusie gelukkig een stuk meer uitgesproken. Zo draait de cover van
Tomorrow Never Knows de culturele appropriation handig om en maakt Monsoon er overtuigend een eigen rustgevende en ietwat lome ervaring van. Waar het origineel een beetje als een psychedelische trip voelt, voelt deze adaptatie meer als een stoned-in-het-gras-versie.
Relax and float downstream klonk zelden toepasselijker. Muzikaal gezien is het origineel wel wat uitdagender, maar Chandra is een betere en interessantere vocalist dan Lennon. De zanglijnen die Chandra even later op
Third Eye and Tikka T.V. (één van de hoogtepunten op het album) over de luisteraar uitstrooit - vooral na een seconde of 50 - klinken dan weer meer als die van Elizabeth Fraser, terwijl andere passages van het nummer me gek genoeg doen denken aan het werk van The Magnetic Fields uit hun beginperiode. Het zal een vergelijkbaar gevoel voor a-typische en toch catchy popliedjes zijn. Qua zanglijnen klinkt de eerste minuut van
Eyes daarna echter gewoon als een alternatieve take van
Tomorrow Never Knows, maar gelukkig gaat het nummer daarna wel een andere kant op.
Ever So Lonely - in 1981 al op single verschenen - vormt het middelpunt van de plaat en is de meest succesvolle fusie van New Wave met Indiase instrumentatie. Voortgedreven door tabla & sitar zweven Chandra's vocalen ongrijpbaar over de luisteraar heen, tot er na 4 minuten een mond-harp mee komt jammen en het nummer daar enkel dansbaarder van wordt. Heerlijke track, met andere woorden.
De 2e helft van het album gaat verder volgens hetzelfde stramien, met vrij weinig variatie tussen de verschillende nummers. Dat is enerzijds jammer, maar het voordeel is wel dat de plaat behoorlijk consistent aanvoelt en nergens inkakt. Het volledig instrumentale
Kashmir is de welkome uitzondering op deze regel. De Engelse lyrics zijn over de gehele linie helaas wel vrij matig en het is dan ook jammer dat de Hindi versies van
Ever so Lonely en opener
Wings of the Dawn (Prem Kavita) het album niet hebben gehaald in plaats van de Engelstalige variaties. Een logische keuze vanuit marketing-perspectief, een jammere vanuit elk ander perspectief.
Maar dat doet verder weinig af aan de magie van dit album. Chandra heeft mij in ieder geval voor zich gewonnen en ik ga ook zeker nog enkele solo-albums van haar checken.
Nada Brahma lijkt me een goede eerste stop, maar haar 90's, drony werk lijkt me ook behoorlijk interessant.
Third Eye is alvast een fraaie introductie. Het is een bijzondere pop-plaat met een eigen klankkleur, die net iets te gepolijst en eenvormig is om echt een diepe indruk achter te laten.