Heerlijk qua sound, met de bas van Chris Squire, het Hammondorgel van Keith Emerson, de dominante mellotron van Mike Pinder, de synthesizer op standje "wespgezoem" van Rick Wakeman en de fluit die regelmatig een hoofdinstrument wordt, en het klinkt allemaal ook behoorlijk goed, zeker in de 2016-mix. Aan de andere kant houdt de zang bepaald niet over, noch de solozang noch de paar passages waar de heren door elkaar heen zingen, maar mijn belangrijkste bezwaar geldt toch de composities: het 27½ minuut lange titelnummer bestaat uit verschillende passages met afwisselende leadinstrumenten, maar ik kan eigenlijk niet goed horen waarom het nummer zo lang moet duren, want er zitten maar heel weinig herhaalde thema's in, en als het nummer dan zo als los zand aan elkaar hangt laadt de band eigenlijk de verdenking op zich dat ze er geen punt aan konden draaien en/of niet de verleiding konden weerstaan om steeds nieuwe stukjes in te lassen (volgens het boekje was het nummer oorspronkelijk "slechts" 12 minuten lang).
Rubato industry is een ander mooi voorbeeld: de eerste zes minuten bevatten drie pakkende coupletten en een spannende begeleiding, maar de laatste zes minuten gaan daarna weer alle kanten op met allemaal solo's en riffs en thema's die nergens vandaan lijken te komen en daarna ook weer in het luchtledige verdwijnen. Het gevolg is een plaat waarin zóveel gebeurt dat niets eigenlijk nog verrast en/of eruit springt, waardoor deze debuutplaat voor mij teveel blijft hangen in de klassieke seventies-prog-vibe (om het woord epigonisme maar te vermijden) zonder de bijbehorende sterke composities.