Dat heb ik inmiddels gedaan.
Laat ik beginnen te zeggen dat ik Procol Harum, ondanks het warme onthaal hier in Denemarken, toch wel voornamelijk een ondergewaardeerde band vind. A Whiter Shade of Pale staat wel in het collectieve geheugen gegrift, maar daar houdt het voor velen wel mee op. Ik zie er meer in: een baanbrekende band, groots in ideeën en composities. Heel bijzonder is de positie in de band van vaste tekstschrijver Keith Reid: een visionaire dichter, in veel nummers het grensgebied verkennend tussen droom en werkelijkheid, hemel en hel, leven en dood. Gelaagde, niet voor één uitleg vatbare songs met grote verbeeldingskracht. Zo is het ook met de muziek. Breed, groots, diep, met veel klassieke elementen en daardoor ook vaak bombastisch, duister en ... wel wat zwaar ja.
Eerder al, in 1972 werd een plaat gemaakt met The Edmonton Symphony Orchestra waarmee de dramatische kracht van de songs tot zijn recht kwam, beter dan op de studio-albums.
En dan dit album. Opgenomen op een mooie zomerdag bij het kasteeltje Ledreborg in Denemarken. Niet zomaar een toevallige bijeenkomst. Tien maanden werd er gewerkt aan deze uitvoering, samen met het Deens Nationaal Concertorkest en koor. De Deense staatsomroep maakte er een voortreffelijke registratie van. Zo'n groot orkest en koor zou kunnen zorgen voor een warrige brei van geluid waarin de band en zanger Gary Brooker dreigen te verdrinken, maar niets van dat al. Het is een buitengewoon heldere opname geworden. De hoofdrol, ook in de mix, is weggelegd voor zanger Brooker. De roestbruine stem van de man is onvervangbaar en zo karaktervol dat hij het geheel draagt. Alleen Gary Brooker kan deze nummers zingen. Vooral de meer statige nummers als Grand Hotel, Homburg, A Salty Dog en A Whiter Shade Of Pale komen geweldig tot hun recht met de orkestrale aanpak. De arrangementen zijn erg fraai en de koorzang soms huiveringwekkend mooi, zoals in A Salty Dog. Procol Harum speelt hier als band in dezelfde bezetting als op studio-album The Well's On Fire met dit verschil dat Matthew Fisher door zijn conflict met Brooker over rechten is vervangen door Josh Phillips die het karakteristiek krakende Hammond orgel bespeelt.
Ik kan niet anders zeggen dan dat we hier briljante uitvoeringen horen van even briljante nummers. Eén nummer is afkomstig van een soloalbum van Brooker: Sympathy for the Hard of Hearing. In afsluiter Conquistador wordt nog eens volledig uitgepakt met een sterke gitaarsolo van Geoff Whitehorn en de blazers van het orkest. Wat klinkt het allemaal prachtig samen. Topconcert!