Toen in 2014 vlucht MH17 werd neergeschoten, gingen mijn gedachten terug naar
Murders in the Skies op dit album
Victims of the Future:
"The Russians have shot down a plane on its way to Korea. 269 innocent victims have died". De geschiedenis had zich op afschuwelijke wijze herhaald toen opnieuw een lijnvlucht boven Russisch grondgebied uit de lucht werd geschoten.
De gebeurtenis die Gary Moore beschreef vond vandaag precies veertig jaar geleden plaats, 1 september 1983. Waar het nummer in Europa vooral in de muziekmedia aandacht kreeg vanwege de muziek en het spectaculaire gitaarwerk, werd het in Zuid-Korea vanwege de tekst ook geliefd via de reguliere media, vertelt Harry Shapiro in zijn biografie over Moore.
De Noord-Ierse gitarist-zanger wilde over meer zingen dan alleen zichzelf. David Coverdale van Whitesnake liet zich ontvallen dat hij zo'n tekst niks vond, Moore reageerde in een ander interview:
"It's so egocentric to go onstage and sing about your prick!"
Ik kocht de plaat meteen en draaide die uiteraard vaak en hárd. Op zekere dag kwam mijn moeder de kamer binnen, juist toen het refrein van
Teenage Idol voorbijkwam. De Engelse taal was ze niet machtig, maar dít begreep ze maar al te goed; ze lachte minzaam.
De voorbereidingen waren rommelig geweest. Moore had zich ermee verzoend om live zelf alle leadzang te doen en na de Europese tournee, begin 1983, verliet Jon Sloman de groep om een solocarrière te starten. De scheiding was vriendschappelijk: op Slomans eerste demo's speelden Moore en bassist Neil Murray. Vanaf maart 1983 volgde een volgende Europese tournee, waarbij Moore na enkele ademhalingsoefeningen / zanglessen te hebben gevolgd alle leadvocalen deed.
Toetsenist Don Airey verliet vervolgens de groep, kort voor een succesvolle Amerikaanse tournee. Dit omdat hij voor de derde maal vader zou worden. Zijn tijdelijke vervanger werd Neil Carter, ex-UFO. TIjdens het optreden op
"ons" Pinkpop stond Carter in de coulissen, zodat Airey hem kon inwerken.
Terug van vaderverlof trad de laatste echter toe tot de groep van Ozzy Osbourne, die
Bark at the Moon ging opnemen. Moore liet in interviews zijn onvrede daarover blijken, maar de twee legden het al spoedig bij. Carter werd daarmee wel de vaste klavierenman. Minder klassiek en technisch onderlegd dan zijn voorganger, richtte de band zich live op directere hardrock, zonder de fusioninvloeden die er met Airey klonken, herinnerend aan hun tijd bij Colosseum II.
Eenmaal in de studio voor de opvolger van
Corridors of Power vond Moore dat Murray te ingewikkeld speelde, hetgeen ook al in hun dagen bij Colosseum II had gespeeld. Zijn opnamen werden uiteindelijk vervangen door bassisten Craig Gruber en Bob Daisley, die net was ontslagen bij Ozzy Osbourne. Moore speelde ook zelf hier en daar bas, waardoor niemand meer weet wie er waar bast.
Drummer Ian Paice merkte tijdens de opnamen dat hij zijn tempovastheid verloor en slaagde er niet in dat te verhelpen. Hij trok zich terug. Enkele maanden later ontdekte hij de oorzaak, zodat hij zich herpakte: hij sloeg te hard. Te veel kracht, te weinig techniek, waar zijn interne clicktrack onder leed (de digitale clicktrack bestond nog niet). Zijn vervanger was Bobby Chouinard, die op vier van de acht nummers speelt. (Is dat voldoende antwoord op je vraag van 3 december '21,
hnzm?)
Oorspronkelijk zou de albumtitel
Jungle worden en Ozzy Osbourne zou het refrein van
The Law of the Jungle inzingen, maar was verhinderd. Wel kwam Noddy Holder van Slade langs en brulde keihard het refrein van Yardbirdscover
Shapes of Things in.
Op het allerlaatste moment besloot Moore om
Victims of the Future niet zelf te produceren en werd wederom Jeff Glixman gevraagd. Het werd Moores hardste album en op mijn zolderkamer genoot ik van de talrijke briljante gitaarsolo's. Wat dat betreft is
Shapes of Things nog altijd mijn favoriet: halverwege denk je dat de solo voorbij is, waarna een eveneens briljant tweede deel volgt. Meer variatie en foefjes dan bij welke rockende collega dan ook (en daarbuiten?), zo denk ik anno 2023 oprecht. Hij was de meest veelzijdige en technisch onderlegde gitarist van zijn dagen, beter dan ... (hopelijk volgt nou niet zo'n eindeloze schoolpleindiscussie over wie nou beter is, A, B of C of toch X, Y of Z

).
Waar ik vroeger niet zoveel kon met
The Law of the Jungle, is het nu
All I Want dat tegenvalt. Op
Hold On to Love hoor ik verrassenderwijs aor met dat toetsenlijntje. In combinatie met de tekst een hart-onder-de-riem-briljantje.
Empty Rooms (in eerste instantie van Carter uit diens UFO-dagen) vind ik inmiddels charmanter dan als tiener. Moore wilde graag de singlehitlijsten halen, dat lukte met dit nummer wederom niet. Vandaar de latere remix, maar die heb ik altijd minder gevonden dan de versie op
Victims.
In het titelnummer klinkt de sfeer van de koude oorlog, jammer genoeg weer actueel.
Het was Moores eerste soloalbum waarmee hij de albumlijsten zou halen, in het Verenigd Koninkrijk zelfs #12. Loon na jarenlang hard werken. Een album met diverse kwaliteiten, wellicht zijn allerbeste. Vanwege de bonussen zou ik toch eens de cd-versie moeten aanschaffen...