Van
Section 25 naar Ian Dury? In mijn afspeellijsten met new wave schaar ik beide namen onder die stroming, maar de verschillen zijn groot.
Bij Section 25 sombere postpunk met op de eerste opnamen (als bonustracks toegevoegd) zelfs de productionele arbeid van Joy Divisions Ian Curtis. Bij Ian Dury opgewektheid met een houding van 'kom maar op', mede vanwege zijn fysieke beperking gevuld met een groot optimisme. De ex-poliopatiënt veroverde zich een plek in de (pop)wereld.
Ian Dury begon in 1975 met alternatieve pubrock waarin zelfs calypso klonk. Daarna had de eigenzinnige zanger succes met onder meer de eerste raphit in Nederland,
Reasons to be Cheerful Pt. 3. Dan worden de verhoudingen in zijn groep The Blockheads minder sereen. Dury gaat solo.
Producer is evenwel oudgediende Chasz Jankel (zoals de
achterzijde van de hoes zijn naam spelt),
Lord Upminster werd opgenomen in de befaamde Compass Studio's op de Bahama's met onder meer de legendarische namen van bassist Sly Dunbar en drummer Robbie Shakespeare.
In mijn oren resulteert dit alles desondanks in een opgewekt en toch mat album. Er zijn funk en disco, zoals opener
Funky Disco Pops al suggereert. Best aardig, wat ook geldt voor
Trust Is a Must en de qua boodschap felle autobio-afsluiter
Spasticus Autisticus, dat prompt door een
BBC-ban werd getroffen.
Desondanks: oplaaien wil het muzikale vuurtje nauwelijks. Het is ontspannen als een sauna, of wellicht in dit geval een in djonkodampen gehulde studio. Teveel van het goede.
Volgende station is het debuut van
Rip Rig + Panic, waar opvallend genoeg uit hetzelfde muzikale vat wordt getapt; dit echter met ander effect.