"Kijk eens wat ik tegenkwam: écht iets voor jou!". Met woorden van die strekking hield mijn muziekmaatje mij een elpee voor. De middelbare school was voorbij en dus zagen we elkaar niet meer dagelijks, maar toen ik hem op zekere dag in 1985 opzocht was de verrassing groot. Het was in de vroege of volle zomer. In zijn handen had hij The Skull, half april verschenen. Op de hoes iets als een kruisiging, op de achterzijde twee handen die een sterrenstelsel omvatten.
Trouble, ik had er nooit van gehoord. Ze zaten op Metal Blade, een label in opkomst. Geen flauw idee hoe en waar hij dit opduikelde, maar kennelijk schatte hij in dat dit iets voor mij zou zijn, met mijn afkomst uit een NCRV-gezin en mijn voorliefde voor de loodzware riffs van Black Sabbath. Een schot in de roos! Het was hun tweede langspeler, maar dat wist ik nog niet. Geproduceerd door Bill Metoyer, een naam die we nog maart kort kenden van onder meer het piepjonge Slayer.
Waar ik normaal gesproken niet houd van albums waar het geluid bij het openingsnummer wordt ingefaded, is The Skull de grote uitzondering. De tweetoon van Pray for the Dead dendert steeds zwaarder de speakers uit, herinnerend aan de drietoon van Black Sabbaths debuut. Zanger Eric Wagner bleek over zowel een lage, zware stem als een scheermeskrijs te beschikken; ik vond het schit-te-rend.
De tekst deed voor iemand van protestantse huize vreemd aan: er wordt opgeroepen om voor de doden te bidden, want "it is of faith that these poor souls can be saved". Wél had ik een soortgelijke misoproep in Brugge aan een kerkgevel zien hangen. Het was een ander geluid dan bij groepen binnen white metal, die tegelijkertijd opgang maakten.
Dan het snelle Fear No Evil met rollende basdrums van Jeff Olson, gevolgd door het lange The Wish, dat me te lang langzaam bleef. Wél een mooi verhaal: over een depressief persoon die geleidelijk verlichting vindt.
Kant 2 was en is mijn favoriete plaathelft met eerst het slepend-swingende swingende Truth Is, What Is met de voor mij herkenbare zinsnede “Everyone’s here but I’m all alone”, iets langzamer maar even verslavend is Wickedness of Man. Dan het snelle Gideon met de regels “Have you been discouraged, hard times bringing you down? Fight on, I know you can make it, prove it to yourself”.
Slot en climax. The Skull bezingt de kruisiging. Het nummer begint met tokkelende gitaren, roffelende trom en onderkoelde zanglijn, als bij een executie. Na enige tijd versnelt de muziek, Wagners grafstem stijgt en de plaat eindigt in heerlijke climax. Met net zulke onverwachte slotakkoorden als die van het titellied van Black Sabbaths debuut.
Lang verhaal kort? Heb de plaat geleend en later zelf gekocht, net als het debuut; beide eindeloos gedraaid. Vandaag speelt The Skull hier vanaf cd met in het boekje informatie over de achtergronden, geschreven door journalist Martin Popoff. Daarbij worden ook de invloeden van de gitaristen Bruce Franklin en Rick Wartell genoemd, namelijk de twingitaren van Downing en Tipton van Judas Priest en in het geval van Wartell ook Michael Schenker.
En inderdaad, Wagner groeide op in een katholiek nest en liet zich qua teksten daardoor inspireren. De combinatie met de doomriffs en talrijke tempowisselingen werkte wonderwel. Mijn meest favoriete nummers van het album: de laatste twee van kant 2.
Ben die vriend nog altijd dankbaar en als ik hem Boven tegenkom zal ik hem dat zeker zeggen. Hopelijk kunnen we er een hemels biertje bij drinken.