Gedurende het eerste deel van zijn carrière bivakkeerde John Waite op het snijvlak van pop en rock. Alleen bij Bad English was het duidelijk hardrock, door de inbreng van met name gitarist Neal Schon. Voor het overige was Waite wellicht te pop voor rock, of juist te rock voor pop. Ik vond en vind deze adult oriented rock erg fijn, zeker als je een stem hebt als hij.
Pas vier jaar na zijn lidmaatschap van Bad English keerde de zanger met de gouden stem terug. Dit met zijn vijfde soloalbum, hij is dan inmiddels 42. Al spoedig wordt duidelijk dat hij hierop resoluut voor pop kiest. Jammer voor de fans van scheurende gitaren, want die zijn op
Temple Bar verdwenen. Persoonlijke ervaringen hadden geleid tot een nieuwe stijl: na de teleurstellingen met de “supergroep” en een echtscheiding wilde hij dichter bij zichzelf blijven.
Dat levert enkele sterke nummers op: met het midtempo openingslied
How Did I Get by Without You? kun je overigens nog denken dat er sprake is van rockende pop, maar als op de volgende nummers vrij ingetogen pop klinkt op een tapijt van digitale keyboards, is duidelijk dat de koers is gewijzigd.
Andere hoogtepunten:
Price of my Tears,
The Glittering Prize en het later als bonus verschenen
I’ve Been Wrong Before. De teksten behandelen deels de misère die hij had meegemaakt en maakten zo de cd (hij kwam niet op elpee uit) tot zijn meest persoonlijke product tot dan toe. De romantische prins op het witte paard bleek een soms kwetsbare man te zijn, wat hem eigenlijk alleen maar interessanter maakte.
Elf jaar geleden was
joko16 kritisch: hij vond het te gepolijst. Ik begrijp wel wat hij bedoelt: luister maar naar het tweede nummer
Someone Like You. Op zich een aardig liedje, maar met die zwoele keyboards en digipercussie is het wel erg glad, daar verandert de spaarzame gitaarpartij niets aan. Dit euvel doet zich te vaak voor: er zit wel erg veel zoete glazuur in de arrangementen.
Echter, van Hank Williams covert hij
I’m So Lonesome I Could Cry, dat verrassend goed uitpakt: akoestische begeleiding en uiteraard weer de immer pakkende stem van Waite in diens versie van deze countryklassieker uit 1949.
Met voortschrijdend inzicht zou je
Temple Bar als een overgangsplaat kunnen zien tussen zijn jonge jaren van aor naar de gerijpte jaren van akoestische kwaliteitspop; op de opvolger
When You Were Mine klinkt die laatste stijl.
Temple Bar verscheen op het nieuwe label van Terry Ellis, Imago genaamd. Deze was ooit bandlid van Jethro Tull om in 1969 het label Chrysalis te starten. Hier bracht Waites eerste grote band The Babys hun muziek uit en maakte hij tevens zijn eerste soloplaat.
Na The Babys, zijn eerste vier soloalbums en de twee als frontman van Bad English kreeg Waite van Ellis de kans om het tweede deel van zijn solocarrière te starten en zich te ontdoen van bombastische muziek. Enerzijds vind ik dit jammer, ik ben immers niet vies van een gitaarmuurtje. Anderzijds klinken gewoon alweer goede liedjes.
Een laatavondplaat is de term voor zijn nieuwe jasje, zoals mijn MuMe-vriend uit Oostende mij leerde. Wijntje, whiskeytje, bokbiertje, kaasje… Laat het najaar maar komen. Alhoewel latere albums van Waite dan mijn voorkeur hebben, is het
Temple Bar dat de weg wees. Een essentieel overgangsalbum in de discografie van de Britse New Yorker, dat ik drie sterren geef.