In de fonotheek van het dorp waar ik als tiener woonde, stond lang niet altijd wat ik zocht. Dat was de gelegenheid om iets op de gok te lenen. Al lezende in Oor (tijdschrift en encyclopedie) was ik het genre southern rock tegengekomen, muziek die je nauwelijks op de radio hoorde maar waarvan ik vermoedde dat het met z’n gitaren interessant kon zijn. De eerste kennismaking was met het
debuut van Lynyrd Skynyrd waar ik niets mee kon. Dit mocht een klassieker zijn, voor mij was het te tam. Ik wilde het hard en snel.
Later ondernam ik een tweede poging en wel met
Marauder van Blackfoot, wat mij veel beter beviel. Geen wonder: de muziek is veel steviger dan de southern rock in de begindagen van het genre. Hierboven wordt niet voor niets de discussie gevoerd of dit niet gewoon hardrock is. Ja, dat is het, oordeelde ik indertijd, al schemeren soms de blues- en countryinvloeden van voorheen door.
Vooral opener
Goodmorning beviel mij goed. Een dikke veertig jaar later helpt ie nog altijd als ik geen zin heb om de dag te starten. Wat een passie en bijzondere gitaarriffs klinken hier! In combinatie met het manische gelach en de gejaagde groove tot op de huidige dag één van mijn favoriete liedjes ooit.
Maar deze puber hoorde meer aangename muziek. Zo kwam ik twee (semi)ballades tegen die goed smaakten. Op de A-zijde is dat
Diary of a Workingman, dat uiterst fraai wordt opgebouwd. Er klinken een fluit en fraai akoestisch gitaarspel, waarbij ik qua harmonieën soms het idee heb naar Tony Iommi van Black Sabbath te luisteren: vanaf 3’06” waan ik mij even op hun album
Sabbath Bloody Sabbath. Opnieuw is de stem van Rick Medlocke heel aangenaam, zowel in de ingetogen als de uitbundige delen.
Too Hard to Handle bleek een verraderlijke oorwurm, die mij nog altijd te binnen schiet als ik met een lastig persoon te maken heb.
Op de B-zijde genoot ik van de twee laatste nummers: net als eerder bij
Fast as a Shark van Accept moesten mijn broertje en zusje het intro van
Rattlesnake Rock 'n' Roller horen met daarin de redneck die met zwaar accent zijn snelle banjospel verdedigt; daarna knalt een zware elektrische gitaar erin en begint een boogierocker, compleet met piano. Ik vond het fantastisch.
En dan
Searchin’, één van de mooiste ballades die ik ken, zeker met de versnelling als we de vier minuten naderen, waarna heerlijk sologitaarwerk volgt. De tekst is bovendien bijzonder herkenbaar met zijn levenswijsheden: prachtig!
Soms denk ik na zovele jaren hetzelfde over een album als voorheen. Hier echter groeit mijn waardering, mede vanwege drie andere nummers die opeens landen. Op deze grijze zondagmiddag viel me op dat
Payin’ for it heel aangenaam is met een fraai koortje dat me terugbrengt naar nota bene Status Quo. De trompet in
Too Hard to Handle vind ik tegenwoordig Texaans-Mexicaans-lekker. Op de B-zijde valt
Fire of the Dragon erg goed met alle variatie tussen ingetogen en stevige delen.
Een rijpingsplaatje dus, hetgeen overigens eveneens bij Lynyrd Skynyrd is gebeurd. Al hoor ik nog altijd veel liever een compleet album van Blackfoot dan van Skynyrd. Met de rijping komt de wijsheid. Hopelijk...