Complimenten aan de geluidstechnicus Wolfgang Thierbach en de Nederlanse producer John Möring, want volgens het boekje werd de balans tussen de verschillende microfoons nog uitgeregeld op het moment dat het eerste nummer al aan de gang was, en tijdens het optreden moesten de microfoons nog regelmatig herplaatst worden om alle instrumenten goed op band te krijgen. Het resultaat is in ieder geval perfect, met een mooi stereobeeld en een heerlijk slank geluid waarin bas en bassdrum helder door komen. Jammer dat de bezetting vrij klein is (twee gitaren, bas, drums en twee percussionisten), want doordat er geen sax, fluit, toetsen of viool is te horen moeten alle solo's van Marvin Kaminowitz' gitaar (en een korte bassolo van Andrew Dershin) komen, en hoewel Kaminowitz zich moeiteloos van die taak kwijt en de ene soepele solo op de andere laat volgen zou een beetje variatie nooit weg zijn geweest.
Erg leuk ook dat hier geen dubbeltellingen met de twee studioplaten op staan: van de twee jams is dat logisch, maar ook de vier "echte" composities zijn geheel nieuw, en hoewel ze gedeeltelijk in dienst van de lange solo's staan klinken ze soms zó fraai dat het jammer is dat ze nooit op een studio-album terecht zijn gekomen. Met name People are hard is een bijzonder mooi nummer met een geweldige omhoog en weer omlaag kringelende gitaarfiguur, en hoewel het "maar" een bonusnummer is vind ik het zelf eigenlijk het absolute hoogtepunt van de uitgebreide CD. Maar sowieso is de plaat als geheel een behoorlijk geslaagde live-registratie, zoals gezegd zwaar leunend op Kaminowitz' gitaarspel en zijn prettige stem; wanneer hij een wat gemenere attack gebruikt doet de muziek me een beetje denken aan Santana (ook omdat er naast de drummer nog twee percussionisten het geluid voller maken), maar op andere momenten (zoals op het genoemde People are hard) hoor ik ook wel het fragiele en ijle gitaargeluid van Wishbone Ash.
Je moet er van houden. Het is nog niet de volle fusion van midden en eind jaren 70, eerder losse en jazzy opgebouwde pop- en rocknummers met een wandelende bas, gevarieerd drumwerk en heel veel gitaarsolo's, maar ook met een bassolo, een stukje atoneel gefreak en tijdens het laatste nummer een poging om het publiek middels jungle-geluiden op te jutten. Typisch seventies dus, en de twee lange jams van samen bijna 33 minuten zijn soms wat veel van het goede, maar de good-time-vibe, de algemene muzikaliteit en het heerlijke geluid maken hier toch "een lekker avondje uit" van.