Nietzsche vraagt zich in het beroemde aforisme ‘De Dolle Mens’ af: “Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? Is het niet kouder geworden? Is niet voortduren...d nacht en steeds meer nacht in aantocht?”
De sludge metal-mannen van Indian weten wel raad met deze vragen. Voor vastigheid, warmte en licht is op ‘From All Purity’ geen plek, dit is muzikaal nihilisme ten voeten uit. De loodzware riffs zijn verwoestend en het ijskoude geschreeuw is onophoudelijk, evenals de noise. Uiteraard is dit niets nieuws onder de ondergaande zon. Bands als Neurosis, YOB of Burning Witch hadden het extreme sludge-truukje immers ook al onder de knie. Vooral die laatste komt dicht in de buurt bij Indians geluid, zij het in een tragere vorm. Toch werkt Indian verstikkender, wat vooral op conto van de noise komt. Het creëert continu een unheimisch gevoel waar je je niet aan kunt onttrekken. Met name ‘Clarify’ sleurt je mee naar de noise-hel, Wolf Eyes-stijl.
Indian heeft geen snelheid nodig om te ontregelen. Het openingsnummer ‘Rape’ start zo log dat de slakken er geen kaas van lusten. Deze trage marteling wordt (op het blastbeat-intermezzo in 'Disambiguation' na) het hele album voortgezet wat in theorie een zekere verveling in de hand werkt. Maar gelukkig verstoort het album zo sterk dat er voor deze kritische reflectie geen plek kan zijn. ‘From All Purity’ is de perfecte wintersoundtrack en uiterst geschikt voor iedereen die veertig minuten lang geen vaste grond onder zijn voeten wil hebben.
Op MusicMeter heeft deze band een vreemd track record; de eerste drie albums hebben helemaal geen stemmen en de vierde 7. Dan kan From All Purity, de vijfde en voorlopig laatste plaat van Indian uit Chicago, doorgaan als magnum opus, zou ik denken.
In net geen 40 minuten serveert de band ons 6 monsterlijke nummers, niet in het minst door de haast onmenselijk klinkende vocalen van Dylan O'Toole, die overigens ook bij Lord Mantis de microfoon mag tergen. O'Toole spuwt zijn teksten uit, rochels bestaande uit flinke klodders gitzwart bloed, darmweefsel en onwelriekende gal. De manier waarop hij Rhetoric of No, op instrumentaal vlak al geen lieverdje, volledig naar de filistijnen helpt; fantastisch om te horen!
Natuurlijk was deze band méér dan O'Toole. Je hebt natuurlijk ook het zieke gitaarwerk, vooral bestaande uit verwrongen, door de mangel gehaalde riffs en naargeestig gekraak en gepiep (verantwoordelijken: O'Toole zelf en Will Lindsay), en ook een uitgekiende ritmesectie, bestaande uit bassist Ron DeFries en de in 2016 jammerlijk genoeg overleden drummer Bill Bumgardner (slechts 35!), die ook deel uitmaakte van Lord Mantis. Zij zorgden voor een meer dan solide basis.
Indian is er in 2015 mee gestopt, maar de drie overgebleven bandleden zouden elkaar sinds 2017 weer gevonden hebben (althans, dat lees ik op Metal-Archives). Dat heeft echter nog geen nieuw werk opgeleverd, dus of het waar is, kan ik helaas niet zeggen.