Mark Ronson, Deerhunter's Lockett Pundt en nu Black Keys' Patrick Carney als (co)producer. De prettig gestoorde garagerockband Black Lips hebben hun zaakjes goed op orde. De vier Amerikanen zijn inmiddels toe aan hun 7e plaat sinds de oprichting in 2000: Underneath The Rainbow. Ook op de opvolger van de instant party-plaat Arabia Mountain (2011) is er weinig nieuws onder de zon. Laat je niet verleiden door de duistere albumhoes of de gore videoclip bij 'Boys In The Wood', maar verwacht gewoon opnieuw twaalf hyper-aanstekelijke en springerige liedjes met veel samenzang. Grootste verschil met voorgaand werk is de productie: het geheel knarst wat meer, klinkt wat meer retro en het feestgehalte is iets lager. Hoewel? Op nummers als het bijna surfachtige 'Drive By Buddy' en het uiterst catchy 'Donor Party' gaan undergroundpodia en festivals weer uit hun voegen barsten. Zoveel is zeker. Maar Underneath The Rainbow biedt meer. De halverwege de plaat passerende single 'Boys In The Wood' kent een lome opbouw en rauwe samenzang in het refrein. Het contrast is groot met het blije 'I Don't Wanna Go Home' waarin de melodie vrolijk gefloten wordt, en het stampende 'Dandelion Dust', waar het stempel van Carney voor de enige keer echt duidelijk hoorbaar is. En dan hebben we het nog niet eens gehad over 'Funny', het coolste nummer van de plaat. Nee, na 7 albums weten Black Lips geenszins meer te verassen maar Underneath The Rainbow ligt opnieuw als een feestje in het gehoor. Stelletje helden.
Van:
Daans Muziek Blog