Met Miles Davis (trompet); Sonny Rollins (tenorsax)
En op track 1-4: Charlie Parker (tenorsax); Walter Bishop, Jr. (piano); Percy Heath (bas); ‘Philly’ Joe Jones (drums)
Op track 5-7: Tommy Flanagan (piano); Paul Chambers (bas); Art Taylor (drums)
Net zoals de meeste volledige lp’s van Miles Davis op Prestige is dit in wezen een soort verzamelalbum, met materiaal uit twee verschillende sessies.
De eerste vier tracks stammen uit januari 1953. De nog verslaafde Miles Davis huurt twee medejunks in op de saxofoon: behalve Sonny Rollins (zo’n beetje Miles’ wingman in die periode) ook zijn oude baas Charlie Parker (om contractuele redenen op de hoes vermeld als ‘Charlie Chan’). Opvallend genoeg speelt zo’n beetje de grootste altsaxofonist uit de jazzgeschiedenis hier tenor (net als trouwens op de allereerste studiosessie van Miles Davis uit 1947).
Verder een leuk weetje voor fans van Miles Davis is dat dit zijn eerste studiosessie is met drummer ‘Philly’ Joe Jones, later onderdeel van het ‘eerste klassieke kwintet’ van Miles.
Volgens Davis probeerde Parker op dat moment te minderen met heroïne, en compenseerde hij dat door zich helemaal lam te zuipen. Het leverde de nodige spanningen op in de studio, maar uiteindelijk was Davis wel tevreden over de muziek.
Dat is gedeeltelijk terecht: ‘The Serpent’s Tooth’ is een van zijn betere bop-composities, en vooral de eerste take swingt heerlijk. ‘’Round Midnight’, niet per se de makkelijkste jazzcompositie, komt niet helemaal uit de verf omdat Davis onzeker klinkt en Parker gemakzuchtig, maar heeft toch wel zijn momenten. ‘Compulsion’ is een dan weer een aardige bopper, met een wat zelfzuchtige solo van Parker.
Al met al was het niet genoeg om een album mee te vullen, dus moest Davis later nog de studio in voor Prestige om zijn contract met hen te vervullen. De laatste drie tracks zijn veel later opgenomen, in maart 1956. Zijn stijl was intussen een stuk beter uitgekristalliseerd, en we horen de koele, lyrische trompetstijl waarmee hij later beroemd zou worden. Ook de inmiddels afgekickte Sonny Rollins laat een opmerkelijke groei zien, zijn smeuïge solo in het (kennelijk door John Coltrane geschreven) ‘Vierd Blues’ is een album-hoogtepunt. Verder valt op hoe dominant de baslijnen van Paul Chambers zijn, in vergelijking met de meer bescheiden stijl van Percy Heath.
Tracks als ‘’Round Midnight’, ‘Veird Blues’ en ‘In Your Own Sweet Way’ warden rond dezelfde tijd ook door Miles Davis’ ‘eerste klassieke kwintet’ opgenomen, en die versies zijn toch wel wat vitaler dan deze. Maar dit tussendoortje is, al met al, best aangenaam.