In 1994 kwam het eerste album in de illustere American Recordings-serie van Johnny Cash uit. De liedjes werden, op één na, opgenomen in december 1993, een kleine tien jaar voor het overlijden van Cash, en zo vormde dat album het beginpunt van de laatste fase van zowel Cash’s leven als carrière.
Wat die plaat kenmerkt, is de bijna pijnlijk breekbare soberheid van de nummers. Cash bracht, in zeer intieme setting (op zijn eentje, met akoestische gitaar) 13 nummers (waarvan 2 opgenomen voor een live publiek), en de algehele teneur trof mij als in mineur. Deze opvolger hebben producer Jack Rubin en Cash het geheel anders aangepakt. Op American II: Unchained wordt Cash bijgestaan door niemand minder dan Tom Petty & The Heartbreakers. Deze klasbakken zorgen voor veel meer schwung en leven in de brouwerij, en Cash zelf klinkt ook veel energieker. Enkele andere opmerkelijke gasten zijn Lindsey Buckingham en Mick Fleetwood, bekend van Fleetwood Mac, op de tweede track; en Flea, de bassist van Red Hot Chili Peppers, op de zevende track. Toegegeven: ik had hen er ook niet uit herkend zonder de liner notes te lezen.
De intieme setting werd dus ingeruild voor een rijker, weidser geluid. Dit komt het tempo van de plaat ten goede, vind ik, want het plaatje is voorbij voor je ’t beseft. Tegelijkertijd weten de songs net daardoor minder te begeesteren, al is dat helemaal mijn eigen mening natuurlijk. Ik vind Cash in zijn nadagen nu eenmaal het best tot zijn recht komen in alle soberheid, denk ik; de gebroken klank in zijn stem, de intensiteit van zijn woorden; om koude rillingen van te krijgen.
De hoes bestaat uit een foto waarop Cash tegen een houten schuurtje of iets dergelijks geleund staat, geheel in het zwart natuurlijk, met naast hem een gitaarkoffer. Het is een wat verwaaide zwart-witfoto met enige grijstinten, wat in schril contrast staat met de net erg kleurrijke songs op het album. Op de achterzijde staat een miniatuurtje van het Vrijheidsbeeld. Het mist wel een arm (de geheven rechterarm).
Wat de songkeuze betreft, past dit album perfect binnen de serie: een aantal liedjes geschreven door Cash zelf het kwieke Country Boy en Meet Me in Heaven zijn behoorlijk fraai) en voor het overige heel wat covers. Het album opent met Rowboat, meteen één van de sterkste songs op het album. Ik ken het origineel van Beck niet (moet ik toch ‘ns opzoeken), maar dit is gewoon erg goed gedaan. De volgende songs gaan wat aan me voorbij, maar dan is er plots rustpunt The One Rose, dat de juiste snaar weet te raken met geijkte precisie.
Het heftige Spiritual en de vinnigheid en spitsvondige tekst van The Kneeling Drunkard’s Plea vormen de volgende hoogtepunten. Met name op deze laatste track klopt alles, en smaakt de samenwerking met Petty en zijn kornuiten me het best. Mooie samenzang met Petty zelf, en Mike Campbell en Benmont Tench zorgen voor schitterende muzikale accenten op de achtergrond. Daarna volgt een ingetogen versie van het door Petty geschreven Southern Accents. De kwaliteiten van Petty als songschrijver en van Cash als meesterlijk interpretator van andermans songs indachtig, spreekt het voor zich dat deze voor mij meer dan geslaagd is.
Van de laatste 5 songs op het album blijft er slechts eentje me steevast bij, maar die is dan ook enorm de moeite. Ik heb het dan over het reeds eerder vernoemde Meet Me in Heaven, dat Cash naar verluidt schreef voor zijn broer Jack, die een tragische dood stierf toen hij nog jong was: hij raakte op één of andere manier verstrikt in een grote zaagmachine, en liet het leven na een doodsstrijd van ongeveer een week. Onder zware verdoving sprak Jack de woorden “Will you meet me in heaven?”, wat Cash zoveel jaren later inspiratie gaf voor de titel van dit aangrijpende nummer.
De afsluiter mag de plaat met een frivole, vrolijke toets afsluiten, maar behoort niet tot mijn favorieten; wat mij betreft was het titelnummer een waardiger afsluiter geweest. Toch werkt het best aanstekelijk en opzwepend, zeker met de geweldige ondersteuning van The Heartbreakers.
Ik vind deze de minste in de hele serie, maar dat wil niet zeggen dat het een zwakke plaat is. Unchained is een album dat voller klinkt dan zijn kale voorganger, en vrolijker en levendiger dan zijn sombere maar indrukwekkende opvolgers, waar de laatste ademtocht steeds voelbaarder zou worden.
3,5 sterren