Tegelijk met het losbarsen van punk in Engeland begon ik met fanatiek luisteren naar Neerlands enige popzender op dat moment. We hebben het over oktober 1976 en Hilversum 3. Iedere dag had zijn eigen omroep, waarbij VARA (dinsdag), KRO (woensdag) en VPRO (vrijdagavond) de "betere" popmuziek draaiden, inclusief iéééts van de trends uit Londen.
Al luisterend en lezend (Muziekkrant Oor en Muziek Expres) leerde ik dat er behalve de heftige punk en new wave (punk maar dan zonder scheurende gitaren) een derde stroming was, zij het veel kleiner: pubrock. Die waren al sinds de eerste helft van de jaren '70 actief.
Pubrockers zaten tussen wal en schip: geen hardrock, geen punkrock en al zeker geen symfonische rock. Wél liedjes met kop en staart, melodie en compromisloze energie. Sommige van die groepen waren zelfs overgestapt op punk of new wave, zoals The Stranglers en Ian Dury & The Blockheads.
Er waren pubrockers die ook in Nederland de tip- of zelfs hitparades haalden. Mijn favoriete lijst in 1977: de Nationale Hitparade van de NOS op vrijdagmiddag, de perfecte start van het weekend: schooltas in een hoek smijten en muziek luisteren!.
Zo leerde ik namen kennen als Nick Lowe (
Sound of Breaking Glass), Graham Parker & The Rumour (
Don't Ask Me Questions), Dr. Feelgood (
Milk and Alcohol), The Motors (het iets gepolijstere
Airport), en in diezelfde categorie schaarde ik Manfred Mann's Earth Band (
Blinded by the Light en
Davy's on the Road Again), al hoort daar pophistorisch een ander labeltje op.
Om het nog ongewikkelder te maken: op de radio hoorde ik ook
Born to Run (1975) van de Amerikaan Bruce Springsteen, wat zo voor pubrock kon doorgaan, zij het bombastischer geproduceerd. Kortom, al die labeltjes... Ik moest vaak wennen, veel leren en al luisterend onderscheiden waarom die grenzen werden getrokken.
Qua scheurende gitaren deden pubrockers eigenlijk niet onder voor punk. Bovendien waren de liedjes nét wat gevarieerder en melodieuzer. Het verwarrende was dat een groep als The Buzzcocks onder punk werd gerekend, maar eigenlijk net zo melodieus waren als pubrockers, zij het nét wat feller.
Ook met ouderwetse hardrock waren overeenkomsten. De gitaren op dit debuut van Tchaikovsky zijn namelijk net zo stevig als bij een Quo of The Damned, zo leerde ik van de (bijna) hits die deze groepen toentertijd in Nederland scoorden.
In 1979 kon ik onder het labeltje 'pubrock' toevoegen de naam van Bram Tchaikovsky (echte naam Peter Bramall): in de Tipparade van maart, eerst van Veronica maar nu bij de NCRV (!), klonk daar de prachtige melodie met aparte zangpartij en ronkende begeleiding van
Sarah Smiles.
Na de eerste coronalockdown van 2020 gingen in juni de kringloopwinkels weer open. Daar kwam ik de
maxisingle van
Sarah Smiles tegen, het oorstrelertje dat ik sindsdien niet meer had gehoord maar evenmin was vergeten. Uiteraard uit de bak geplukt en thuis opgezet. En ja hoor, de melodie was niet versleten en de band gromde bijna Strangleriaans, na enige tijd vergezeld door een ijle synthesizer.
Zomer '22 kwam ik twee elpees van de groep tegen, dit
Strange Man, Changed Man en
Funland uit '81, die ik ook heb aangeschaft. Over
Strange Man, waarop ook
Sarah Smiles is te vinden met een iets ander intro, kan ik vertellen dat dit een heel aangenaam plaatje is. Tweestemmige zang op ieder nummer, consequent voorzien van ronkende gitaartjes. Eerlijke rock 'n' roll, geschikt voor iedere goede pub met welwillende of liever dove buren.
De muziek is consequent uptempo, op
Lady from the USA na, dat ik daarom minder vind. Laat de groep maar knallen, met als andere favorieten
Girl of My Dream dat kant 1 afsluit en de bijnapunk van slotlied
Turn on the Light.
Voor de één is dit wellicht vlees noch vis, voor de ander best lekker. Op het kruispunt van Status Quo en The Buzzcocks (en qua meerstemmige zang, Crosby, Stills en Nash, noteer ik met enige overdrijving). Ja, die 'ander' ben ik: een 7,5 als schoolcijfer, wat ik uitdruk in 3,5 ster.