Als jonge tiener absorbeerde ik alle muziek die via Hilversum 3 tot mij kwam. Daarbij waren er twee categorieën, van muziekstijlen begreep ik namelijk nog niets: liedjes die ik niet leuk vond en muziekjes die me goed bevielen; de laatste categorie noteerde ik op vrijdagavond na de uitzending van de Nationale Hitparade in mijn persoonlijke top 15.
Eén van de eerste namen die ik noteerde was die van Elkie Brooks: haar
Pearl’s a Singer haalde bij mij de middenmoot van mijn lijstje, bij de NOS #11 in juli 1977.
Eigenlijk vreemd dat het een hit werd in Nederland en al helemaal voor mij: mijn #1 was wekenlang de Duitse discohit
Ma Baker van Boney M en hetzelfde gold voor de
Nationale Hitparade. Maar haar stem, de melodie, de elektrische piano en de ritmewijziging op 2/3 van het nummer pakten me eenvoudigweg. Die zomer rende ik rond in een strandbad met rubberboot en snorkel, verbrandde mijn rug en genoot van deze en andere hits die uit de diverse transistorradio’s van andere badgasten klonken.
Heb nadien nooit meer muziek van Brooks gehoord: dit bleef haar single-luckhit en ook buiten de hitparade bleef het stil. Sterker nog, Brooks is wellicht van de categorie "vergeten artiest"; zelfs de hit hoor ik nooit meer op de radio.
Vorig jaar kwam ik de elpee tegen in een bak met tweedehands vinyl en het zaadje dat 45 jaar geleden werd geplant, leidde ertoe dat ik hem kocht. Gisterenmiddag, tijdens het opruimen van de tuin, was dit het album dat mijn platenspeler in de schuur uit zijn winterslaap mocht kussen.
De hees-rauwe stem van Brooks maakt wederom indruk. De muziek kan ik nu identificeren als een mix van vooral blues en soms gospel, zoals de hitsingle beide genres combineert. Opgenomen in Londen (Air Studios) en New York (Electric Lady Studios).
Pas vandaag ontdek ik dat bij deze Amerikaans klinkende muziek een Engelse zangeres voor de microfoon stond. Want ook vanmiddag, tijdens een autorit via streaming, maakt de muziek indruk. Ik verbaas me, heb altijd aangenomen dat ze Amerikaans was...
Thuis eens de kleine lettertjes gelezen: opgenomen met haar eigen band plus gastmusici; geproduceerd door Jerry Leiber en Mike Stoller, oernamen uit de rock ‘n’ roll van wie ze
Love Potion #9 covert. En goed ook: langzaam en mysterieus, de beste versie van het nummer die ik ken. Andere namen op de plaat: blaasgroepen The Muscle Shoals Horns en The New York Horns, plus enkele violisten en een cellist.
Emotionele zang van de dame die op de hoes zich kort voor het schieten van de
hoesfoto's lijkt te hebben opgemaakt en zich na een telefoontje in een spijkerbroek zal hijsen, klaar voor de dag. Haar fantastische stem vertolkt sterke liedjes in de sfeer van haar hit,
"in a night club". Daar komt bij dat de teksten telkens een verhaal vertellen, dat bovendien steeds weer geloofwaardig wordt verteld. Verrassend is het afsluitende
Saved, waarin ze heel "black gospel" klinkt en desondanks makkelijk overeind blijft.
Vermoedelijk gaat dit album verder groeien de komende maanden, zeker op zomeravonden met een glas wijn en goed gezelschap…
Nota bene: een jaartje later scoorde ze één week #50 met
Lilac Wine van een volgend album. Een liedje dat ik indertijd heb gemist. Single luck was het dus puur gezien niet, al scheelt het in Nederland bijna niets.