Toen Stef Kamil Carlens nog in dEUS zat was hij wel één van mijn favoriete bandmembers: zijn enthousiasme was altijd groot en zijn inbreng niet te onderschatten.
Veel dEUS-leden verlieten de band en gingen zich met eigen projecten bezig houden maar juist voor Stef had ik de meeste interesse en het was dus niet meer dan logisch dat ik deze cd kocht en de band live ging volgen (toen nog met saxofonist Benjamin Boutreur). Dat Moondog Jr mijn favoriete live-band werd hoef ik verder niemand meer te vertellen en dat zette zich voort na de naamswijziging tot Zita Swoon.
Terug naar Moondog Jr, terug naar dit album dat swingend opent met
Love 609* (jawel, het sterretje hoort erbij

).
Dat het op dit album niet moeilijk is om te achterhalen naar welke muziek Carlens luisterde blijkt al uit
Moondance, een jazzy nummer waar Tom Waits wel in te herkennen is.
Jintro & The Great Luna is een ingetogen piano-nummer waar de hese stem van Carlens goed uit de verf komt. Opvallend is dat dit nummer live een grote favoriet is geworden in een veel snellere versie waar het publiek telkens begint te kolken. Later is het er als extra track bijgevoegd omdat dit nummer ook als snelle versie op single verscheen in die tijd.
Moondog is een van de oudste nummers van de band en behoort nog steeds tot mijn favorieten. Van alle kanten komen de instrumenten en stemmen op je af zonder dat het chaos dreigt te worden. Het nummer eindigt met hondengeblaf.
Canto Hondo is een kort instrumentaal intermezzo waar verder niet zo veel over valt te vertellen zoals wel vaker het geval is met dit soort tussenstukjes.
Cachita is een opvallend stuk muziek dat een spannende opbouw kent en wat zijn geheimen maar moeilijk prijsgeeft. De piano krijgt in de loop van het nummer een steeds grotere rol en dat eindigt uiteindelijk in een heel eigen leven.
Hierna komen we tot rust met
Waiting 'til You're Gone. Het is een zeer mooi nummer met een wat ijzige ondertoon hierdoor krijgt het wel het meeslepende dat het nummer kenmerkt.
En dan zijn we toe aan wat ik nog steeds als één van mijn lievelingsliedjes beschouw:
TV Song. Dit nummer heeft inmiddels een heel eigen, persoonlijke geschiedenis en laat ik die kort samenvatten door te zeggen dat er menig traantje bij gelaten is, gelachen, gefeest, gedronken en gesombermanst. Het zijn van die nummers die in je ziel zijn gekrast en wat niemand je meer kan afnemen. De band speelt het niet vaak meer live, maar als ze dit doen dan is dat voor mij telkens weer een magisch moment.
Jo's Wine Song laat horen dat ook Neil Young van invloed is geweest. Het is een nummer met een dwingend ritme en het kent halverwege een prima rol voor het orgel.
Een andere grote favoriet van mij is
Shall I Let This Good Man In wat als een smachtend nummer overkomt. Het heeft haast iets gospelachtigs.
Canto Hondo 2 spreekt voor zich. Het is wederom een instrumentaal intermezzo en gaat verder waar Canto Hondo is gebleven.
Love Is a Heavy Brick klinkt een beetje desolaat door de slide-gitaar. Het heeft een prachtige opbouw en weet een bijzondere sfeer neer te zetten. Tevens maken we kennis met ene Josie die we nog vaker gaan tegenkomen in de teksten van Carlens.
Bombo laat weer het jazzy karakter horen en dat slaat halverwege over in een bigband-achtig geluid om vervolgens weer langzaam terug te dwarrelen naar hoe dit nummer begon.
Blues for Sammy is zoals de titel al aangeeft bluesy. Het is een vrolijk up-tempo liedje wat duidelijk wat luchtiger klinkt als het merendeel op dit album.
Het spannende, haast sinistere van Cachita keert terug in
The Ricochet. Stef praat meer dan hij zingt en doet dat monotoon terwijl allerlei geluiden hem daarbij begeleiden. Het is een sfeertje die Tom Waits ook goed weet neer te zetten. Bijzonder nummer.
Ice Guitars is een sterk nummer dat de kwaliteit van deze band aantoont. Waar de latere Zita Swoon luchtig te noemen valt daar is dit een stuk donkerder en spannender. Het nummer heeft een opbouw die duidelijk naar een climax toewerkt die er niet echt komt, ook niet in de vorm van het instrumentale slot
Francis. Het is het zelfde verhaal als bij de 2 Canto Hondos.
En hiermee is er een einde gekomen aan dit bijzondere album dat indertijd wel wat aandacht kreeg als zijnde 'zijprojectje' van de dEUS bassist Carlens maar waarvan niemand kon vermoeden dat het zou uitgroeien tot de band met die grote live-reputatie die een heel eigen leven is gaan leiden naast grote broer dEUS.
Net als bij dEUS zijn de personeelswisselingen niet van de lucht: alleen drummer Aarich Jespers is nog van de partij want Tom Pintens (te beschouwen als belangrijkste man naast Stef Kamil Carlens) stopt er ook mee na de huidige Zita Swoon tour.
Het is jammer want ik denk dat hij van grote invloed is geweest. Op dit album is Pintens mede verantwoordelijk voor de tekeningen die te zien zijn in het boekje. Naast Tom zijn die ook toe te schrijven aan Stef en aan saxofonist Benjamin Boutreur.
Everyday I Wear a Greasy Black Feather on My Hat is een album waar een behoorlijk persoonlijke geschiedenis aan vast zit: het is echt zo'n plaat geworden dat een belangrijk deel van mijn (muzikale) leven is gaan vormen; alleen om die reden al kan ik er nog steeds heel erg graag en met veel plezier naar luisteren.