Nadat Cirith Ungol, uit Californië en opgericht in 1972, met het debuut
Frost and Fire geen enkel commercieel succes boekte terwijl dit wel een streefdoel was bij het schrijven, besloot men voor het volgende album daar gewoon helemaal geen rekening meer mee te houden. Zo gaat het verhaal. Het resultaat heet King of the Dead en is behoorlijk uniek. Echt zo'n geweldig herkenbaar album uit het metal decennium bij uitstek.
Bekend is deze aparte band helaas nooit geworden, maar heeft wel een kleine aanhang die het er unaniem over eens is dat vooral dit album een meesterwerkje is en Cirith Ungol hiermee tot de grondleggers van de doom metal stroming in de jaren 80 gerekend moet worden.
De bandnaam is ontleend aan Tolkien's The Lord of the Rings en betekent "Pass of the Spider". De juiste uitspraak is kee'reeth oo'ngol maar de band zelf sprak het uit als see'reeth oo'ngol. Op wiki staat te lezen dat de drummer vond dat ze achteraf bekeken misschien beter een makkelijkere naam hadden gekozen want ze werden ook wel eens "Sarah's Uncle" and "Serious Uncool" genoemd. Het zou zo uit This is Spinal Tap kunnen komen, die heerlijke satire van Rob Reiner.
De muziek zelf kan echter ook aanleiding zijn om daar aan te denken. Zo las ik in een review van iemand die niet bepaald positief is over de zanger: I'm glad Gonzo found a gig after the Muppet Show!
En zelfs een persoon die lovend is doet er grappige uitspraken over. Wat de basklank betreft, dat het lijkt alsof Flint, de bassist, in een betonnen bunker is ingemetseld tijdens de opnamen. En over Jerry Fogle's gitaargeluid dat hij er aan wil likken.
Atom Smasher opent met wat apocalyptisch gerommel het album en zet dan in met een log weifelende rif, waarbij de doffe bas de rest nogal overstemt en meteen duidelijk wordt dat heel strak spelen aan andere bands overgelaten wordt. Dit klinkt meer als het intreden van de dood, waarbij verschillende onderdelen uit elkaar dreigen te vallen. En al snel volgt wellicht het grootste struikelblok voor velen: Gonzo... euh, Tim Baker zet zijn keel open en we krijgen een ijselijk geschreeuw te horen, een door merg en been snerpende klaagkreet van een of ander monsterlijk schepsel uit het verhaal van Tolkien, zo lijkt het.
Wat verder in het nummer echter, hoewel rafelig en omgeven door verderfelijke klanken, inderdaad iets waarvan je honger zou krijgen; een solo met zo'n beetje het mooiste geluid dat uit een elektrische gitaar getoverd kan worden. Amper effect en heel direct klinkend maar met een scherp randje, als rechtstreeks in zo'n speakertje geplugd in je eigen woonkamer. De stijl van soleren kan toonbeeld staan voor klassieke heavy metal zoals je enkel kan dromen of die in de verte al eens aan Mercyful Fate doet denken. Cirith Ungol is trouwens bijna even evil, maar dan niet in de satanistische sfeer, wel die van fantasy, zoals Lord of the Rings.
De prachtige solo's komen op het album regelmatig voorbij in nummers die onderling niet altijd veel van elkaar verschillen. Zo komt in eerste instantie het tweede nummer Black Machine voor als een net iets tragere variant van het openingsnummer.
Twee gitaarsolo's in het meesterlijke Master of the Pit spannen tot dan toe de kroon. Kippenvel.
Na het snellere Death of the Sun volgt dan het langzaamste nummer, Finger of Scorn. De eerste minuut zou bijna het begin van een semi-ballad van Metallica kunnen zijn. Maar dan wat losser gespeeld. (Om het in de tijd te situeren, Ride the Lightning verscheen een paar weken na King of the Dead.) Ook dit nummer bevat weer een schitterende solo, een fijngevoelige harmony lead. Jerry Fogle is geen groot virtuoos, maar zijn karakteristieke klank vind ik ijzersterk en zeer verslavend.
Bij de meeste nummers is het tempo traag en dreigend. In de 'zang' zit niet veel melodie. Eigenlijk steeds hetzelfde onmenselijke gegil. Tja, je moet er maar van houden.
'Spinal Tap' is dan weer het einde van het slotnummer, dat het einde der einden der einden der einden blijkt te zijn, terwijl het echte einde pas daar is op het moment dat je je begint af te vragen of er ooit nog een einde aan komt. Muzikaal niet bijzonder geslaagd, maar wel hilarisch.
Wie de muziek maar niets vindt maar er toch de humor van inziet kan zich wellicht ook amuseren met het idee dat deze jongens zich niet te min voelden om wat muziek van Bach te coveren. Jawel, het voorlaatste nummer, Toccata in Dm, van niemand minder dan de grootmeester zelve. Ik denk dat we enkel gitaar (plus overdub met gitaar) en bas horen, maar met die beperkte middelen wordt het geluid van een orgel soms erg dicht benaderd. Fogle blijft wat compositie betreft het origineel trouw, maar speelt verder geheel in zijn eigen wat slordige, doch bezielde stijl.
Klassiek en metal, een aanlokkelijk en moeilijk huwelijk. Voor een keer echt geslaagd vind ik. Een hoogtepunt.
Het is dus niet dat deze gasten volgens mij lolbroeken zijn. Het lijkt me duidelijk dat ze hun muziek doodserieus nemen. Blijkt ook uit de mooie metal hoes. Deze is van de hand van
Michael Whelan, die ook prachtig werk leverde voor
Sacred Rite. Op vinyl is dit best een gegeerd collectors item. Voor slechts een klein groepje zonderlingen uiteraard.
Hier bij ons werd het album destijds uitgegeven door Roadrunner. In de V.S. door Enigma. Met bouwjaar 1984 momenteel het oudste album dat in dit topic is voorgesteld, als ik goed heb gekeken.
King of the Dead! Geniaal of lachwekkend, misschien wat van beide of geen van beide. Ik kan er in ieder geval erg van genieten.