Al qua hoes maakt dit album een goede indruk. Een mooi stuk rots midden in een woestijn wat dan vervolgens twee gedachten oproept. 1. Als we niet uitkijken ziet de wereld er over een paar zo uit. 2. Ooit was de aarde een ruwe bol van steen en water, waar door de tijden heen het leven is ontstaan. Ja, en met zo'n dubbele gedachte kan je alle kanten op waardoor er steeds meer zaken op tafel komen. Genoeg voer om heerlijk op te filosoferen dus.
En dan de drie heren zelf Steve Roach en Michael Stearns staan al jaren garant voor subtiele electronische muziek en sinds een paar weken weet ik dat ook Kevin Braheny hier kan worden ingedeeld. Het is muziek die tegen de stilte aan zit waarvan het album Zeit van Tangerine Dream die inspiratiebron is geweest.
Dan het belangrijkste de toonkunst opzich. Het album begint vrij open, het geeft mij een gevoel te zijn aangekomen op een drukke luchthaven op het Zuidelijkhalfrond. In de hal is al merkbaar dat de droogte en de warmte de komende dagen een grote rol gaan spelen. Van het vliegveld is het maar een kleine stap om in de woestijn te komen. Om me heen een grote uitgestrekte vlakte tot aan de horizon en de zinderende hitte die op me af komt. Leven lijkt er haast niet te zijn wat het gevoel oproept of iets als een goed draaiende maatschappij van mensen nog moet worden uitgevonden. Het gevoel van tijd is er niet meer. Goed het wordt wel donker en licht, maar iets er tussen is er niet meer.
De droogte en de verzengende hitte vallen de eerste paar dagen niet mee. Het eist een nieuwe manier van leven en met iedere druppel vocht die nog uit een dorre cactus komt moet je je gelukkig prijzen. Gevoelsmatig ben je nog de enige die nog wat waard is in dit gebeid. Voor alles wat je hier vindt wat nog te drnken of te eten is ben je zo blij als een klein kind wat van oma een dubbeltje kreeg.
Als er dan eindelijk de regen begint te vallen voelt dit aan als het grootste feest op aarde. Toch is daar al snel het besef dat het maar van tijdelijke aard is en dat het weken kan gaan duren totdat er opnieuw iets goddelijks uit de lucht komt vallen. Naast die gedachte heb je steeds meer last van zaken te zien die er niet zijn. Het geeft een machteloos gevoel, maar je weet dat je in deze joekel van een zandbak alleen stand houdt door het gevecht met jezelf aan te gaan. Op de één of andere manier ontstaat er rust in je systeem en komen mechanismen opgang om te overleven in deze verre van comfortabele wereld. Groot is dan ook de voldoening dat maanden na vele ontberingen er een dorp wordt gevonden waar een paar mensen leven. Hier kan je een paar dagen op je zelf komen voordat je terug gaat naar de westerse maatschappij. Een ervaring rijker die maar door blijft malen.
Dit bovenstaande is wat dit album bij mij naar boven brengt. Weliswaar niet iedere keer in dezelfde vorm, maar het zit er iedere keer erg dichtbij. Hierdoor lijkt het op de woestijn. Een groot gebied van zand, edoch altijd in beweging, meesterlijk en subtiel.