Klinkt goed. Jazz met latijnse invloeden (heet dat Bossanova?) vind ik meestal een goede combinatie. En op deze plaat ook!
Vergelijkbaar met het album van Joe Henderson - Page One. Hij doet speelt ook op deze plaat.
Wat een lekkere plaat is dit! Zoals Osiris Apis al zei is dit een jazz plaat met latijnse invloeden. Dit komt vooral terug in het ritme.
Vooral het ruim 15 minuten lange titelnummer klinkt erg goed. Kenny Dorham bespeelt zijn trompet zeer goed. Verder heeft Herbie Hancock ook een grote toevoegende waarde.
Tijdens deze sessie, opgenomen op 1 april 1963 speelden verder Joe Henderson nog mee op de tenor saxofoon, Butch Warren op de bass en leverde Anthony (Tony) Williams solide drumwerk af.
Een erg lekkere Blue Note plaat!
Met: Kenny Dorham- trompet; Joe Henderson- tenorsax; Herbie Hancock- piano; Butch Warren- Bas; Anthony Williams- Drums
Plaat waarvan je zou verwachten dat hij een grotere klassiekerstatus zou hebben, afgaande op de samenstelling van de band (al is 18 stemmen op Musicmeter natuurlijk niet slecht voor een jazzplaat).
Dit moet zo'n beetje de oudste bekende studio-opname zijn met Joe Henderson (opgenomen in april 1963, al werd deze plaat pas uitgebracht een paar maanden na Page One, het legendarische debuut van Henderson, ook met Dorham op trompet overigens). Tevens horen we Herbie Hancock en 'wonderkind' Tony Williams in een zeer vroege fase van hun loopbaan, een paar maanden voordat ze beroemd zouden worden als bandleden van Miles Davis.
Dat het titelnummer/ uithangbord van de plaat een latijnse feel heeft, zal niemand verbazen die een beetje bekend is met de muzikant Dorham. Vergeleken met wat Lee Morgan een paar maanden later met 'The Sidewinder' zou doen klinkt het thema wat braafjes, en hetzelfde geldt voor de solo van Dorham, al wordt het wel wat aansprekender als hij allemaal is warm geblazen. Interessanter is de solo van Henderson, die hier nog zo jong en ongedwongen klinkt dat ik regelmatig een grijns op mijn gezicht krijg. Ster van de plaat is echter Hancock, die zich -niet verrassend- als een vis in het water voelt bij dit soort kruidige, sterk op de groove leunende meeklap-jazz.
Het zijn Henderson en Hancock die de plaat nog wel naar een ruime voldoende tillen voor mij. Zo wordt Dorham zelf op zijn eigen plaat een beetje 'outshined', wat wel typisch is voor zijn loopbaan vrees ik. De meeste stukjes die je over Dorham leest hebben een droevige ondertoon, omdat hij nooit écht is doorgebroken. Voor de trompettist, die tijdens de oorlog al de jazzclubs in New York onveilig maakte met mensen als Miles Davis en Charlie Parker, was dit één van zijn laatste opnames als leider, terwijl zijn sidemen hier glansrijke carrières tegemoet gingen. Hierna ging het met Dorham bergafwaarts, totdat hij in 1972 stierf aan nierfalen, slechts 48 jaar oud.
Zo'n droevige ondertoon dus.
De muzikale ideeën op Una Mas zijn nét te voorspelbaar om niet een beetje te begrijpen waarom zijn naam niet luider klinkt door de jazzgeschiedenis, al hoor ik aan zijn solo op 'Sao Paulo' wel waarom hij toch ook als een van de beste trompettisten van zijn generatie werd gezien. Helaas is de solo van Henderson daarna nóg beter.
Ik heb de klik met Dorham ook nooit helemaal gevonden. Weet niet waar dat em in ziet maar ik vind bijvoorbeeld Lee Morgan en Hubbard zoveel interessanter.
Lee Morgan en Freddie Hubbard hebben toch een andere benadering dan Kenny Dorham. Zo vind ik Dorham wat melodieuzer klinken, wat minder snel en furieus. Hierdoor lijkt alles wat kalmer en past zijn sound prima bij zijn schrijfstijl.
De titeltrack is inderdaad een bossa, dat hoor je direct in de beat. Het is een langzame samba zeg maar. Maar het is ook een 16-bar blues schema. Ergens in het midden hoor je ook duidelijk korte stukken mambo. En als er dan 'Una Mas' wordt geroepen heb ik zelfs een boogaloo-herkenning. De titel is overigens spaans en een bossa is braziliaans. En dan heb je dus een soort eclectische song, maar dat is geen verrassing binnen de hard-bop.