Met: Kenny Dorham- trompet; Joe Henderson- tenorsax; Herbie Hancock- piano; Butch Warren- Bas; Anthony Williams- Drums
Plaat waarvan je zou verwachten dat hij een grotere klassiekerstatus zou hebben, afgaande op de samenstelling van de band (al is 18 stemmen op Musicmeter natuurlijk niet slecht voor een jazzplaat).
Dit moet zo'n beetje de oudste bekende studio-opname zijn met Joe Henderson (opgenomen in april 1963, al werd deze plaat pas uitgebracht een paar maanden na Page One, het legendarische debuut van Henderson, ook met Dorham op trompet overigens). Tevens horen we Herbie Hancock en 'wonderkind' Tony Williams in een zeer vroege fase van hun loopbaan, een paar maanden voordat ze beroemd zouden worden als bandleden van Miles Davis.
Dat het titelnummer/ uithangbord van de plaat een latijnse feel heeft, zal niemand verbazen die een beetje bekend is met de muzikant Dorham. Vergeleken met wat Lee Morgan een paar maanden later met 'The Sidewinder' zou doen klinkt het thema wat braafjes, en hetzelfde geldt voor de solo van Dorham, al wordt het wel wat aansprekender als hij allemaal is warm geblazen. Interessanter is de solo van Henderson, die hier nog zo jong en ongedwongen klinkt dat ik regelmatig een grijns op mijn gezicht krijg. Ster van de plaat is echter Hancock, die zich -niet verrassend- als een vis in het water voelt bij dit soort kruidige, sterk op de groove leunende meeklap-jazz.
Het zijn Henderson en Hancock die de plaat nog wel naar een ruime voldoende tillen voor mij. Zo wordt Dorham zelf op zijn eigen plaat een beetje 'outshined', wat wel typisch is voor zijn loopbaan vrees ik. De meeste stukjes die je over Dorham leest hebben een droevige ondertoon, omdat hij nooit écht is doorgebroken. Voor de trompettist, die tijdens de oorlog al de jazzclubs in New York onveilig maakte met mensen als Miles Davis en Charlie Parker, was dit één van zijn laatste opnames als leider, terwijl zijn sidemen hier glansrijke carrières tegemoet gingen. Hierna ging het met Dorham bergafwaarts, totdat hij in 1972 stierf aan nierfalen, slechts 48 jaar oud.
Zo'n droevige ondertoon dus.
De muzikale ideeën op Una Mas zijn nét te voorspelbaar om niet een beetje te begrijpen waarom zijn naam niet luider klinkt door de jazzgeschiedenis, al hoor ik aan zijn solo op 'Sao Paulo' wel waarom hij toch ook als een van de beste trompettisten van zijn generatie werd gezien. Helaas is de solo van Henderson daarna nóg beter.