De uiterst productieve Ty Segall komt na zijn meeslepende schouwspel Manipulator met het tweede album van zijn andere project, Fuzz. De jeugdvrienden Charlie Moothart en Ty Segall lieten op hun eerste album twee jaar geleden al horen dat de band vooral de ruimte biedt aan het zwaardere werk van de mannen met invloeden van Black Sabbath en Jimi Hendrix. Met Ty in de rol als drummer is het niet zijn gitaarspel maar dat van Charlie dat de hevige en donkere setting van het tweede album oplevert. Bassist Chad Ubovich maakt het trio compleet en zorgt voor het ondersteunende element in de levenloze maatschappij waar het album doorheen voert.
Opener Time Collapse II / The 7th Terror weet zijn vlucht door de tijd te nemen, voordat het hevige gevaarte binnen komt zetten. Moothart’s gitaarwerk bevat de kracht waarmee in alle vroegte de stonerrock van de jaren negentig aangehaald wordt. Hij krijgt de kans zijn gitaarwerk in zijn grootsheid tentoon te spreiden in het ruim zeven minuten durende nummer. Ubovich is als bassist duidelijk de verbindende factor in de krachtige inslagen van het drumwerk van Segall en en de fuzzy gitaarklanken van Moothart. De bluesrock vind zijn weg in de Rat Race, waar de gitaarriff het gehele nummer op sleeptouw neemt. De gitaarlagen bouwen zich in hun melodieuze setting om elkaar heen en zetten de zintuigen in het politieke spektakel op scherp. Let It Live brengt rust in de tent met zijn secure baslijn en klankvolle gitaarwerk. Wanneer Segall aan zijn zangwerk begint wordt de overeenkomst met Status Quo’s Pictures of Matchstick Man al snel duidelijk. De eenzaamheid van de mens doet zich aan in de jeugdige zang van Ty. Het gitaarwerk plaatst zich tussen Jimi Hendrix en The Red Hot Chili Peppers in. Waar de wisselingen in tempo en klank beperkt blijft, zorgt ook Pollinate voor een net iets andere aanpak. Het zwaar beladen geheel voert zich door de verschillende muzikale lagen, waaraan het gitaarwerk van Moothart een kleurrijke invulling geeft.
Bringer of Light doet in zijn vertraagde ritme de mannen van Sabbath al eer aan, maar brengt vooral referenties naar het zangwerk van Ozzy Osbourne. Het gitaarspel van Moothart mag als een directe ode aan gitaarkunstenaar Tonny Iommi worden gezien. Pipe voert de gelijkenis nog maar een op in de stevige gitaarriff en de ondersteunende kracht van het basspel van Ubovich, waar Geezer Butler’s aanwezigheid van toepassing lijkt. Qua teksten gaan ze misschien niet zo diep in het menselijke bestaan als de mannen van Sabbath, op muzikaal vlak doen ze er alles aan de hevigheid terug te brengen. De ritmische klanken van Say Hello drijven daarna af van de zwaarte. Het begin zou niet misstaan als onderdeel van The End van The Doors. De garagerock voert naar de zwakte van de menselijke ziel, waarin grote getallen onder invloed van hun meester bezwijken. Misschien nog het meest in de buurt van een eigen geluid komen de mannen in de melodieuze intro van Burning Wreath, voordat het hevige gitaarspel de aandacht opeist. Het brandende gevaarte hangt dreigend in de lucht, wanneer de verbintenis in de dubbele vocale laag afkomstig van Moothart en Segall af en toe wat lijkt te ontbreken. De gitaarsolo’s voeren zich door de jaren zestig en zeventig heen, waar Hendrix en Sabbath de gitaarmacht opeisten.
De fuzz is terug in het basritme van Red Flag, waar het ritme dreigend opgestuwd wordt naar de jaren van de punkrock. Jack the Maggot houdt alles wat meer binnen het patroon, al vinden de vervormde gitaarklanken hun weg al snel terug. Segall blijkt vooral de drijvende kracht op vocaal gebied, waar hij ook op New Flesh dankbaar gebruik van maakt. De geschiedenis lijkt te vervagen in het levenloze gedrag van de mensheid, waarbinnen de lyrics van het werk van Sabbath ook als een duidelijke inspiratiebron heeft gediend. Sleestak doet zich vooral voor als een jamsessie, waarbinnen Segall zijn kracht als drummer hoorbaar maakt. Het korte en spacy onderonsje wordt vervolgt door het psychedelische Silent Sits the Dust Bowl. De strijkers vormen een aangenaam rustpunt in het samenzijn van vervreemde gitaarklanken en gebalanceerde baslijnen. De verwoesting van de huidige maatschappij zet zich voort in de zang van Ty. Het meeste aanzien mag het bijna veertien minuten durende slotstuk, toepasselijk genoemd II, ontvangen. De jamsessie verkent de verschillende muzikale paden waar de band zijn invloeden uit haalt. Van strak geregisseerde melodielijnen, zwaar beladen gitaarsessies tot aan de psychedelische klanken van het geheel.
Het tweede album van Fuzz brengt een hevigheid teweeg in de krachtige gitaarklanken, gedrongen zang en het ritmische drumwerk. De verschillende decennia binnen de muziek worden hierbinnen doorlopen, hoorbaar in de early metal, psychedelica en bluesrock. Ty Segall is de heer en meester van de muzikale uitlatingen, al zorgen Moothart en Ubovich voor het stevige gitaarwerk van de band. Alhoewel de invloeden van andere muzikanten duidelijk aanwezig zijn voegen de mannen er zonder moeite hun eigen muzikale inbreng aan toe. Fuzz mag daarom niet meer als project door het leven gaan, maar als een powertrio met het vermogen oude tijden te laten herleven.
4*
Afkomstig van
Platendraaier.
Hoogtepunten: Pipe, II, Burning Wreath & Pollinate.