De eerste kennismaking met volledige Steeleye Span-albums was via de twee voortreffelijke Chrysalis-boxjes. “Below the Salt” was dan ook de eerste plaat die ik in zijn volledigheid hoorde, en deze fase van de band is voor mij dan ook lang het begin- en referentiepunt geweest. Toen ik later de eerste drie albums hoorde, meende ik dan ook dat er sprake was van een flinke verandering in het bandgeluid. Nadere beluistering wijst echter uit dat de overgang veel geleidelijker is geweest.
Ashley Hutchings en Martin Carthy vertrokken na “Ten Man Mop, Or Mr. Reservoir Butler Rides Again” maar de band gaat gewoon verder waar ze gebleven waren. Bassist Rick Kemp en gitarist Bob Johnson kwamen de gelederen versterken, en zij brachten meer rockinvloeden met zich mee, maar dit zou eigenlijk pas op latere albums meer gaan domineren.
“Below the Salt” is een beetje een tussenplaat, met een A-kant die redelijk onopgemerkt voorbij gaat, enkel de prachtige harmoniezang op Rosebud in June valt echt op. De B-kant is veel beter. King Henry is een topper in het oeuvre van Steeleye Span gebleken en Gaudete is zowel mooi als hoogst origineel. John Barleycorn is een tamelijk legendarisch folknummer, waar dan ook ongelooflijk veel versies van te vinden zijn. Deze vind ik dan niet per se een van de betere.