In 1980 heeft de punk en new wave een spoor van 'vernieling' aangebracht in het muzikale landschap. Alles wat daarvoor nog werd gewaardeerd had in één keer afgedaan. Voor iedere stijl was het lastig om positie te kiezen. Steeleye Span was één dan bekendste folk-rock groepen uit Engeland samen met met Fairport Convention. Fairport Convention geworteld in de folk traditie, goot er een rock sausje over, Steeleye Span meer een rockgroep die daar vanuit hun muziek mengde met de folktraditie.
Een aantal jaar geleden was de groep uit elkaar gegaan , maar in 1980 besloot met tot een come back album. En daarvoor kwamen de leden uit de succesperiode halverwege de jaren 70 weer bij elkaar. Martin Carthy en John Kirkpatrick, die maar bij één album betrokken waren (Live at last) kwamen niet meer terug maar wel Peter Knight en Bob Johnson. Verder waren Tim Hart, Rick Kemp, Nigel Pegrum en natuurlijk Maddy Prior nog van de partij. Als producer werd Gus Dudgeon (o.a. Elton John) aangetrokken. Alle elementen om een succesvol come back album te maken. Wat echt anders was, normaal zijn de nummers van Steeleye Span door anderen geschreven of traditionals. Nu niet, bijna alles is door de leden zelf geschreven. Mede daardoor is het zeker geen typisch Steeleye Span album geworden. Het gehoopte succes bleef uit, de fans waren niet enthousiast en nieuwe fans kregen ze door de veranderende muziekmode er niet bij. Eigenlijk was het een commerciële flop. Maar met de jaren is er wel meer waardering voor dit album gekomen. Als eerste is het echt meer een pop/rock geörienteerd album dan een folk album. Door het gebruik van bepaalde instrumenten besef je dat het toch wel nog wat folk te maken heeft. Het lijkt meer een poging om afscheid te nemen van de Engelse tradities en naar nieuwe muzikale omgevingen te zeilen. Niet altijd geslaagd, maar zeker ook niet slecht. De productie is verder prima , redelijk sober en geen bombast. En Maddy Prior schittert weer in een aantal nummers, maar de mannen nemen ook heel wat zangpartijen voor hun rekening. En soms weer die prachtige a capella samenzang, toch wel een handelsmerk van deze groep.
Het was het laatste album voor Tim Hart, hij verliet de band en later werd de groep een soort duiventil.
Dit album haalt het niet bij hun beste albums uit de jaren 70, maar op zich helemaal geen gek probeersel om ook in de jaren 80 nog enige rol te kunnen spelen. Dat is niet echt gelukt, maar het is een mooi tijdsdocument en er staan genoeg mooie nummers op.