Wat een tegenvaller zeg, dit comeback-album van het finse Diablo. De vijf voorgaande albums vond ik allemaal uitstekend, maar hier gaat men flink de mist in. Feitelijk is de band van weleer amper meer te herkennen. De stijl is aangepast naar stevige progressieve metal, met continu uit de bocht vliegende zang en aritmisch gebeuk op een pot- en pannenset die voor drums door moeten gaan. Het songmateriaal is eigenlijk zo slecht nog niet, maar zanger en drummer trekken zo erg de aandacht naar zich toe dat de rest van de band een bij voorbaat verloren wedstrijd speelt.