Klik de site
supersonicblues.com/about aan en je leest alles over het ontstaan van deze gewedige band. Lance Lopez wilde op een gegeven moment een nieuw album opnemen bij producer Fabrizio Grossi. Er werd een drummer gezocht waarbij Lopez opteerde voor Aronff. Of Grossi die kende. Die moest lachen. Is al 20 jaar een vriend van Grossi. Stukje bij beetje ontstond het idee om een soort van vriendenalbum te maken. Als je ook leest hoe vaak het woord friend in enkel of meervoud terugkomt in het stukje dan is het wel duidelijk. Maar ho: Het was niet de bedoeling dat het een soort van lullig reunie achtig sfeertje zou krijgen. Het moest wel een echt goed bluesrock album worden. Soms kwam er een artiest aanwaaien, dan weer belden ze zelf iemand die mooi bij de song paste. Ze wilden graag Walter Trout erbij betrekken, maar die vocht op dat moment voor zijn leven. Toen Trout wonderwel herstelde en weer thuis was belden ze zijn vrouw of Walter eens wat met de heren zou willen doen als hij er weer aan toe was. Walter hoorde het belde direct terug en zei "ik ben al onderweg".
Dus na allerlei toevallige ontmoetingen en telefoontjes moest er dan ook echt gewerkt gaan worden. En is het resultaat ook bevredigend? De heren kunnen wel zeggen dat het geen halfbakken werk moet worden, maar dat wordt wel vaker gezegd en het resultaat valt vaker wel dan niet tegen. Maar we kunnen gerust zijn. Dit album is echt geweldig. De passie druipt er werkelijk aan alle kanten af. Niks geen oude lullen rock. of juist wel, maar dan wel oude lullen rock van heel hoog niveau. De bijdragen van de Gales, Ford en Trout zijn fantastisch en allemaal een perfecte aanvulling op de song.
Het album barst van begin tot eind van de energie. Een stukje pure kwaliteit en je wordt er ook nog eens vrolijk van.
Voor mij persoonlijk is het extra leuk dat de eerste keer dat de band live samenspeelde nergens anders dan in Grolloo was afgelopen zaterdag. Lopez, Grossi en Aronoff waren er natuurlijk, maar ze hadden ook nog eens de helft van de op dit album spelende gastartiesten meegenomen. Walter Trout deed de eerste nummers mee en ging werkelijk als een beest tekeer. Alsof hij niet kort geleden bijna dood was. Robben Ford was al even geweldig. Wat een virtuoos. Billy Gibbons deed de laatste 2 nummers mee. Zingen kan hij niet meer, maar de gitaar doet het nog geweldig. Maar laten we het "basistrio" niet vergeten. Lopez is zelf ook een geweldig zanger en gitarist en Rossi een al even getalenteerd bassist en met zijn Italiaanse accent was hij in de tussenstukjes een soort van komische variant op Vito Corleone. En Aronoff was in zijn Mellencamp tijd al een van de beste drummers ter wereld en dat is hij natuurlijk nog steeds. Wat ook overduidelijk was: het zijn inderdaad allemaal vrienden. De heren hadden stuk voor stuk een smile op hun gezicht. Alleen Trout niet, hij was boos dat zijn gitaar het begaf, ha, ha. Na afloop vroegen ze het publiek nog even te wachten want ze wilden nog even een selfie maken. De hele bult bij elkaar op de foto met een stel Drenten op de achtergrond. Het summum van kwaliteit en plezier. Ik krijg spontaan weer een lach op mijn gezicht. En is muziek niet zo bedoeld?