Met: Sonny Rollins (tenorsax); Kenny Dorham (trompet); Elmo Hope (piano); Percy Heath (bas); Art Blakey (drums)
Behalve op 'More Than You Know': Rollins met Thelonious Monk (piano); Tommy Potter (bas); Art Taylor (drums).
Erg leuk album. Opgenomen in het najaar van 1954 met veel 'usual suspects' uit de New Yorkse bop-scene van die tijd, en valt daarmee net buiten de scope van Rollins' bloeiperiode als studioartiest (najaar 1955- najaar 1957, ongeveer), waar ik de laatste tijd wat doorheen aan het grasduinen ben.
Toch fijn dat ik deze ook op de luisterlijst heb gezet, want hoewel Rollins in die tijd heroïne scoren misschien nog vaak belangrijker vond dan goede platen opnemen, is de energie hier er niet minder om. De snijdende maar smeuïge saxofoonstijl waarmee hij in de volgende jaren furore zou maken, is al min of meer ontwikkeld. Speels, inventief, virtuoos en soulvol, Sonny is het allemaal, en vooral op de eerste twee tracks kom je bijna oren tekort als hij soleert.
Kenny Dorham blijkt een prima secondant, een trompettist op wie ik weleens
wat kritiek heb gegeven, maar van wie ik toch steeds meer bijdrages aan platen ontdek die me kunnen bekoren (beluister ook zijn werk met de vroege Jazz Messengers). Snel en technisch vaardig, maar altijd in dienst van de groove en de melodie van het nummer, eigenlijk gewoon superlekkere solo's van hem, stuk voor stuk. Art Blakey als drummer, ook daar is weinig tegenin te brengen. Elmo Hope pakt vooral tijdens zijn solo's zijn momentjes, maar ja, wat kun je nog verfraaien als Rollins en Dorham aan het spelen zijn?
Het laatste nummer van een andere sessie met Thelonious Monk is een fijne afwisseling (overige nummers uit deze sessie staan op
deze plaat), hoewel ik de nummers met Dorham denk ik iets beter vind. Lekker compact plaatje ook, dit, al is 31 minuten eigenlijk wel érg karig.