Alles overziende is er geen beter The Hip album dan 'Up To Here' uit 1989. Het album dat ik achteruitluisterend leerde kennen na 'Fully Completely'. Daarna ondernam de band een zoektocht langs zachtere muziek en een terugkeer naar de indierock waar ze goed in zijn, met dan weer een uitschieter en dan weer een dip. Live, ik heb ze twee keer gezien, is de band onovertroffen. Zo intens, zo strak en goed met een unieke voorman. Die nu dus gaat sterven aan een niet te genezen ziekte. Zonder de grote doorbraak in Nederland. Iets wat ik eigenlijk in de jaren 90 verwachtte op grond van de optredens en platen.
Dat maakt Man Machine Poem een speciaal album, want waarschijnlijk de laatste van de band, maar niet op voorhand een goed album. Die was al klaar voordat de diagnose werd gesteld. Het slechte nieuws is ook niet wat Man Machine Poem goed maakt. Dat is de inhoud. Er staan een aantal geweldige nummers op dit album, waarbij The Tragically Hip niet bang is geweest om te experimenteren. In combinatie met datgene waar het onovertroffen in is: samen rocken.
Opnieuw weven de twee gitaren in en uit elkaar en is de bas niet bang om een melodisch hoogstandje af te leveren. Daar overheen kronkelt Gordon Downie zijn teksten met zijn kenmerkende, indringende stem. Door het gebruik van dynamiek hebben de nummers prachtige, stuwende momenten, waarna het gas er weer af gaat. Het maakt Man Machine Poem een krachtig album, waar van veel verschillende indrukken genoten kan worden.
Ook als de compositie op zich iets minder is, zoals bijvoorbeeld in 'What Blue', dan trekken Downie, de drie gitaristen de song moeiteloos over de streep. Middelmaat kent deze band niet, daar doet het gewoon niet aan. Het prijsnummer is voor mij het dromerige 'In Sarnia'. Alles waar The Tragically Hip goed in is, komt hier samen. In een ballad.
Als Man Machine Poem het afscheid is, dan neemt The Tragically Hip waardig afscheid. Een van hun betere platen sinds 1993.
Het hele verhaal staat
hier op WoNo Magazine.