Elk jaar opnieuw kom je ze wel tegen: samenwerkingsalbums tussen artiesten waarvan je je op voorhand nooit had voorgesteld dat beide partijen soms gezellig samen de studio opzoeken. Verleden jaar verraste rapper Ghostface Killah door met de jazzmannen van BadBadNotGood het erg sterke Sour Soul uit te brengen. Dit jaar is het zijn Wu Tang-Clan collega RZA die samen met Paul Banks van Interpol het avontuur aangaat. Ook benieuwd naar het eindresultaat?
Hoe het zo ver is gekomen? Wel, blijkbaar waren de twee al enige tijd hartstochtelijke schaak-buddys (plot twist) voordat van het een het ander kwam en Paul Banks soms ook in RZA’s studio vocals voor een gezamenlijke demo stond op te nemen. Toen de platenfirma dit te weten kwam, werd aangedrongen op een volwaardig album, waar het olijke duo in 2013 aan begon en dit jaar eindelijk wist af te werken.
Het grappige is dat Interpol en Wu-Tang Clan best de nodige overeenkomsten hebben, als je het begrip ‘genre’ even niet meetelt. Beide groepen laten zich inspireren door dezelfde stad (New York City is de hometown van zowel Banks als Steelz), waarin de Clan vanuit de zwarte onderbuik spreekt, en Interpol vanuit de verloren lopende blanke middenklasse. Beide hebben ook een donker randje rond hun muziek zitten, en waar die er bij Interpol uitkomt aan de hand van wat dramatiek, daar is de Clan meer cartoony in de benadering.
Dus droomscenario: genoeg raakpunten om beide stijlen ietwat samenhangend bij elkaar te brengen, maar met de nodige accentverschuivingen om botsing en spanning aan het geheel toe te voegen. Voor het grootste stuk is dit ook gebeurd. Je kan deze plaat kort door de bocht samenvatten als ‘RZA doet een verse, Paul zingt het refrein, RZA doet opnieuw een verse waarop Paul het refrein weer zingt enzovoort’, maar toch is er ook een zekere x-factor aanwezig wat het geheel uitermate plezierig maakt. Sowieso is RZA een erg onderschatte rapper, die heel expressief om durft te gaan met zijn stem. Tegen collega-Clanleden als Raekwon en GZA legt hij het weliswaar af, toch blijft hij ook in grote dosissen, zoals hier, overeind. Als producer is hij natuurlijk onovertroffen, dus Anything But Words is op dat vlak alvast solid as a rock te noemen.
Over rock gesproken, Paul houdt zich goed staande in het geheel. Meer zelfs, hij voelt zich als een vis in het water. Opvallend vaak werd gekozen voor een rockbasis waar RZA en gastrappers (vooral Ghostface is goed op dreef) overheen rappen, dus dan komen de door Paul verzorgde refreinen extra lekker aan. Vooral Giant, Speedway Sonora en het titelnummer profiteren hiervan.
Dat Paul en RZA zo enthousiast waren over dit project is te horen, het plezier spat ervan af. Maar het leidt ook tot een groot, jammerlijk minpunt. Met zijn speelduur van bijna een uur is dit plaatje echt te lang (net als deze review eigenlijk, ha ha), bij de laatste pakweg drie nummers begint de vermoeidheid toch echt toe te slaan. Het is dus jammer dat de bijdrages van legends Method Man en Masta Killa zo lang op zich laat wachten. Tegen dat zij achter de mic mogen plaatsnemen, is de plaat al een beetje te lang doorgegaan.
Met nog een extra rondje kill my darlings had dit album dus nog een niveautje hoger gehaald. Toch is Anything But Words zeker een interessante en geslaagde samenwerking geworden. Om af en toe eens hard in zijn geheel te draaien maar de beste nummers aan je daily playlist toe te voegen!
(Dit bericht komt van mijn muziekblog
The Irresistibles. Het is zeker niet de bedoeling dat al mijn blogposts op musicmeter terechtkomen, dus wie benieuwd is naar meer mag altijd de
facebook-pagina liken. Bedankt!)