Ik was erg benieuwd, maar ook erg huiverig voor deze soloplaat van Billy Talbot. Hoe gaat de bassist van Crazy Horse zich in zijn eentje staande houden, want hoe je het ook went of keert, Talbot heeft zijn carrière waarschijnlijk te danken aan het feit dat Neil Young van slordig spelen houdt en hun paden elkaar kruisten. Talbot heeft zich nooit opgeworpen als een groot songschrijver. Los van één samen geschreven nummer op
The Rockets kwam hij pas op
Crazy Moon met z’n eerste bijdrages aan een Crazy Horse album en die lijn zette hij niet door. Ondertussen zat Neil Young ook niet verlegen om nummers van derden.
Talbot heeft nu dus besloten dat hij het zonder de hulp van Poncho en Molina kan. Dat die beslissing gelijk staat aan niet meer dan een handjevol verkochte albums zal hij voor lief hebben genomen, al verkoopt Crazy Horse ook nauwelijks platen. Talbot heeft Matt Piucci wel meegenomen op gitaar, maar hij mag pas aanschuiven bij Crazy Horse als Neil in geen velden of wegen meer te bekennen is. Bij wijze van dankbetuiging voor jarenlange steun had Young ook wel een paar partijen in mogen spelen. Dat doet hij bij anderen immers ook wel eens: o.a.
Elton John & Leon Russell - The Union (2010) en
Booker T. Jones - Potato Hole (2009). ‘’Dan doen we wel alsof’’, moeten ze gedacht hebben, want er wordt geregeld getracht Youngs gitaarsound na te bootsen. Geheel in de traditie van Neil Young is
Alive in the Spirit World ook nog eens opgenomen in een schuur.
Hoewel de harmonica en gitaarsolo’s vertrouwd aandoen lijkt Talbot aanvankelijk door het ijs te zakken met het langdradige en matige ‘The Way Life Is’. Als ‘Painting of a Man’ vervolgens erg op ‘Danger Bird’ lijkt, en dat kan natuurlijk geen toeval zijn, slaat de twijfel toe. Talbot lijkt daarna echter los te komen uit Youngs schaduw met de rootsy rocker ‘On the Horizon’, gekenmerkt door een fraaie opbouw. ‘Security Girl’ is een
Zuma-achtige rocker met atmosferisch leadgitaarwerk. Tot dusver is het allemaal leuk en aardig, maar het net als ‘Security Girl’ tien minuten durende ‘Dreamer’ is duidelijk van een ander niveau. Traag en meeslepend met sfeervolle improvisaties. In de jams en gitaaruitspattingen blijkt de groep het beste tot z’n recht te komen.
Zo sluipen er toch redelijk wat invloeden uit verschillende stijlen in het album. Het triestige ‘Living in the Spirit World’ had zelfs zo op
Sleeps with Angels gekund. ‘Stress Release’ is haast een beetje lo-fi, maar helaas ook ietwat stuurloos. Je wordt het bovendien goed zat als Talbot telkens ‘’I’m thinking about tomorrow, while I’m living today’’ opdreunt.
Al met al is het een album met enkele hoogtepuntjes, een misser of twee en verder redelijke nummers. Talbots zachte, licht hese stem blijkt in staat om een volledig album te kunnen dragen, al is het toch een ietwat anonieme stem. Hetzelfde geldt voor een nummer als ‘His Song’, dat het ene oor ingaat en het andere oor weer uit. De moeite waard voor Rusties, maar ik reken niet op een succesvolle doorstart als solo-artiest.