menu

Miles Davis - Someday My Prince Will Come (1961)

mijn stem
3,97 (58)
58 stemmen

Verenigde Staten
Jazz
Label: Columbia

  1. Someday My Prince Will Come (9:07)
  2. Old Folks (5:17)
  3. Pfrancing (8:34)
  4. Drad-Dog (4:31)
  5. Teo (9:36)
  6. I Thought About You (4:55)
  7. Blues No. 2 * (7:05)
  8. Someday My Prince Will Come [Alternate Take] * (5:34)
toon 2 bonustracks
totale tijdsduur: 42:00 (54:39)
zoeken in:
5,0
Prachtige plaat, helemaal in de stijl en op het topniveau van Kind Of Blue. Titeltrack is betoverend mooi, samen met het dromerige Old Folks en Drad Dog. 5*

Nicci
Mooie plaat van Davis. Minder betoverend dan Kind of blue of andere toppers van Davis. De plaat heeft zelfs iets luchtigs.

Gish
Ortwin schreef:
Prachtige plaat, helemaal in de stijl en op het topniveau van Kind Of Blue. Titeltrack is betoverend mooi, samen met het dromerige Old Folks en Drad Dog. 5*

Precies

avatar van Jazzyfan
5,0
Geweldig album. Aan te raden als je een klassieker als Kind of Blue ook goed vindt. Het eerste nummer op de cd, eveneens de titeltrack is mijn favoriete nummer op dit album. Eerst de geweldige trompet van Miles en dan rond de 4:00 min, de sax van Coltrane.
Dit is trouwens ook het laatste album, waarop deze twee helden samen spelen.
*****

4,0
Het titelnummer is fantastisch en ook Pfrancing vind ik erg plezierig. De rest weet minder goed mijn aandacht vast te houden, maar dat kan ook komen doordat ik nog maar 'n jazz-leek ben

4,0
Drad-Dog

avatar van platedraaier
3,5
Track 1 en 5 zijn de laatste opnamen waar John coltrane met het Miles Davis Quintet(in dit geval sextet dus) speelt volgens de liner notes in het boekje. Hij was toevallig in de buurt en speelde 2 sessies mee.
De rest van de tracks wordt wat tenor sax betreft door Hank Mobley ingevuld.
Track 4, Drad-dog is achterwaarts gespeld Goddard en staat voor Goddard Lieberson, de president van Columbia records in die dagen. Miles was nogal blij met hem als ik het goed begrijp. Ik vind het naast "Teo" het mooiste nummer van de plaat.

De cd zelf luistert lekker weg. Toch zeker wel in het verlengde van "kind of Blue", maar niet zo goed als die klassieker. Dat heeft voor mijn idee toch ook zeker te maken met het gebrek aan Coltrane op de meeste nummers. Hank Mobley is duidelijk een ander soort speler. Verder zit het lekker in elkaar. De trompet en saxofoon solo`s wisselen elkaar mooi af. De ritme sectie doe ook zijn ding. Maar ik mis toch een beetje een duidelijke sfeer. De ballads komen het beste uit de verf.

De vrouw op de cover was Miles zijn toenmalige echtgenote.

4,0
Ik heb dit album gebundeld gekocht met Milestones en My Funny Valentine? Zijn er toevallig nog andere bundels van Miles Davis-platen verkrijgbaar? Want daar ben ik zeker wel in geïnteresseerd (Ik bedoel, alles los aanschaffen is ook maar zo duur )

4,0
De krakende stoel die op een gegeven moment in Old Folks te horen is, is wat mij betreft toch wel het mooiste moment van het hele album

Louredine
Jammer dat de trompet van Davis soms zo scherp klinkt...

avatar van Tony
4,5
Dat was zijn stijl.... Maar als het niet bevalt, concentreer je dan maar eens op het spel van Coltrane, o.a. in Teo, razend briljant nummer dat zo op Ole Coltrane had kunnen staan en er de show had gestolen. Echt waar. Halfje erbij.

avatar van Larzz
4,5
Toch vind ik die Hank Mobley ook geweldig hoor. Zo laid back. Hij werd the middleweight champion of the tenorsax genoemd. Middelzwaar geluid maar daarin de beste. Geweldige jazzmuzikant met legio goede soloalbums allemaal op het Blue-note label.

avatar van Sandokan-veld
4,0
Met: Miles Davis- trompet; Hank Mobley- tenorsax (behalve op ‘Teo’); Wynton Kelly- piano; Paul Chambers- bas; Jimmy Cobb- drums (behalve op ‘Blues No. 2); John Coltrane- tenorsax (op ‘Someday My Prince Will Come’ en ‘Teo’)

De creatieve bloeiperiode waarin Miles Davis zich pakweg vanaf 1955 bevond, nadert hier haar einde. Na het voltooien van Sketches of Spain voelt hij zich naar eigen zeggen ‘volkomen leeg van binnen’, en een jaar lang maakt hij geen studio-opnames. Na een Europese tour stapt ook nog zijn trouwe leerling John Coltrane uit de band, om te gaan werken aan zijn illustere solocarrière.

De daaropvolgende zoektocht van Davis naar een nieuwe saxofonist, ontaardt zo'n beetje in een metafoor voor zijn artistieke identiteitscrisis (pas in het najaar van 1964, als Wayne Shorter tot de band toetreedt, begint een nieuwe bloeiperiode). In het voorjaar van 1961, als deze plaat op tape wordt gezet, is Hank Mobley de saxofonist van dienst. Een klinkende naam, alhoewel ik veel liefhebbers heb horen zeggen dat ze hem een saaie saxofonist vinden. Ik ken Mobley’s werk niet goed genoeg om daar een sterke mening over te hebben, maar hoe dan ook zet Miles Davis hem kort na de opnames alweer uit de band, later klagend dat Mobley niet genoeg zijn ‘verbeelding prikkelde.’

Het is misschien een veeg teken dat ook John Coltrane nog twee nummers komt meedoen. Op de plaatopener horen we direct een scherp contrast tussen de eerste solo van Mobley (subtiel, romantisch, beheerst) en de tweede van Coltrane (eigenzinnig, luid, all over the place). Later op de plaat vormt het sterke, Mobley-loze ‘Teo’, dat qua stijl doet denken aan de Aziatisch geïnspireerde modale stukken van Coltrane uit diezelfde periode (o.a. ‘Olé’), een mooi sluitstuk van de legendarische samenwerking tussen Davis en zijn meest befaamde pupil.

Het is een fijne afwisseling met de -inderdaad af en toe wel erg beleefde- Hank Mobley, wiens stijl toch vooral bij de ballads past (‘Drad Dog’ is voor mij het plaathoogtepunt). Maar het is de ritmesectie die het meeste indruk maakt. We horen de oerversie van het latere Wynton Kelly trio, dan al een ritmesectie van de buitencategorie. De pianist is zelf de ster van de plaat, en bewijst dat Davis latere omschrijving van hem als ‘de perfecte combinatie van Red Garland en Bill Evans’ er niet zo ver naast zit.

Verder memoreert Davis zelf deze sessies nog om twee redenen: omdat hij voor het eerst uitgebreid gebruik maakte van overdubs (tsja), en omdat zijn vrouw Frances op de cover staat. Davis klopt zichzelf (ook wel terecht) op de borst omdat hij een grote platenmaatschappij als Colombia zover kreeg zwarte vrouwen op platenhoezen te zetten (o.a. vanwege zijn bezwaar tegen de hoes van Miles Ahead, een paar jaar eerder), hoewel dit niet goedpraat dat hij diezelfde Frances (en zijn andere geliefden) regelmatig bont en blauw sloeg.

Desondanks, een erg sterke plaat, dikke vier sterren van mijn kant. In artistiek opzicht minder ambitieus dan klassieke voorgangers als ‘Kind of Blue’ en de platen met Gil Evans, misschien dat hij om die reden wat minder vaak in dat rijtje wordt genoemd. Het genieten hoeft er niet minder om te zijn.

Gast
geplaatst: vandaag om 11:33 uur

geplaatst: vandaag om 11:33 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.