Ik heb stukken gelezen waarin vurig werd beweerd dat er meer aandacht zou moeten komen voor Alice Coltrane als solomuzikant. Net zo vurig beweren weer andere schrijvers dat geen mens haar gekend zou hebben als ze niet getrouwd was geweest met één van de grootste iconen van de jazz. Wat mezelf betreft, ik vind haar pianospel op de latere platen van echtgenoot John wel tof (al hoor ik persoonlijk iets liever Tyner), en toch is dit pas de eerste plaat van Alice Coltrane die ik vaak genoeg luister om er een beoordeling aan te geven.
Onbewust 'vrouw van'- vooroordeel aan mijn kant? Wie weet, al denk ik eerder dat ik gewoon van nature niet zo neig naar 'spirituele' sfeertjes (haar man is een beetje een uitzondering hierop), en als je deze plaat ziet, met die bizarre titel en spuuglelijke hoes, zou je eerder een soort Trash Metal uit de jaren tachtig verwachten dan een mooie jazzplaat. Niet echt uitnodigend.
Een mooie plaat is het in ieder geval juist wel. Ik vond de muziek op Ptah eigenlijk heel toegankelijk, harmonieus, en ook verrassend, nou ja, normaal, eigenlijk. Meditatief? ja hoor. Oosterse invloeden? Meer dan genoeg. Maar altijd vanuit een sterke groove, en met ruimte voor rijke melodieën. Goede side men ook. Ik heb persoonlijk Joe Henderson als tenorsaxofonist hoger zitten dan Pharoah Sanders, en dat wordt hier wel bevestigd, al maken beide blazers zich ondergeschikt aan de totale sfeer. De ritmesectie wordt goed aangevuld door meesterbassist Ron Carter en bopveteraan Ben Riley. Toppersoneel.
Niet te vergeten mevrouw Coltrane zelf, die met veel beheersing en gevoel speelt. Op de tweede track (eigenlijk wel mijn favoriet) laat ze haar linkerhand de dienst uitmaken op een manier die bijna aandoet als Oscar Peterson of, ironisch genoeg, McCoy Tyner. Op track 3 verruilt ze de piano voor de harp, wat in ieder geval weer eens wat anders is, en eigenlijk best goed werkt.
De reden dat ik niet hoger kom dan 3,5* is alleen dat het me allemaal toch te weinig écht grijpt. In de weken dat deze plaat meedraait in mijn rotatie heb ik hem nooit met tegenzin opgezet, en me nooit geërgerd aan de muziek op de achtergrond, maar de klik die sommigen hierbij voelen, die beleving die je moet hebben om een plaat echt als favoriet te bestempelen, die ervaar ik nog niet.
Ik zie nergens aanleiding om nooit meer een plaat van Alice Coltrane te proberen, of om haar af te schrijven als iemand die zonder haar echtgenoot niets had bereikt. Ik denk echter niet dat het sfeertje dat wordt neergezet op Ptah, The El Daoud echt de mijne is. Wellicht dat de liefhebbers me een plaat kunnen aanraden die beter in mijn straatje past?