menu

Bonny Billy & Marquis de Tren - Get the Fuck on Jolly Live (2001)

mijn stem
4,27 (15)
15 stemmen

Verenigde Staten
Avant-Garde
Label: Drag City

  1. XXV (6:14)
  2. II / XV (7:15)
  3. LXXXI (4:56)
  4. LXXXVI (6:32)
  5. LXIV (6:15)
  6. LXVI (6:43)
  7. XIII (6:59)
  8. CII (5:31)
totale tijdsduur: 50:25
zoeken in:
avatar van vanson
4,5
Wederom een geweldige hoes, en deze keer is het een goede afspiegeling van waar Will Oldham live toe in staat is.

sxesven
Wauw! Kan vanson's berichtje (en stem) enkel onderschrijven. De gewone Get On Jolly EP had ik al in m'n bezit, en hoewel ik die wel degelijk aardig vind, heeft 'ie toch wat duidelijke tekortkomingen. Dit plaatje is werkelijk prachtig en slaagt er echt in het beste van twee werelden (Oldham en Turner) te verenigen. De mannen worden bovendien nog bijgestaan door Paul Oldham en Jim White, wat één en ander enkel nog maar mooier maakt. Men doet tevens een paar rendities van de songs op Get On Jolly die hier een stuk beter tot hun recht komen. Moeilijk te vinden, deze schijf, maar erg de moeite waard! 4,5*

khonnor
misschien geen echt geweldige schijf zoals hierboven beschreven, maar mooi genoeg om niet weg te doen, zelfs niet voor 65 EUR zoals op discogs gevraagd wordt....

avatar van vork666
5,0
Op aanraden van Masimo eens gedownload; terecht, zo blijkt. De schijf heeft op de één of andere manier een soort doommetalgevoel, maar dan á la Oldham. Zo traag als Arise Therefore, zo wiebelig als Viva Last Blues en dan alsnog bij vlagen zo ruimtelijk als The Letting Go. Enfin, ik zal mijzelf verder maar beperken tot de constatering dat dit weer eens een prachtig album is.

avatar van Paalhaas
3,5
Fijne plaat, klinkt als Will Oldham 'fronting' Dirty three.

avatar van vork666
5,0
Inmiddels op Viva Last Blues en misschien The Letting Go na mijn favoriete Will Oldham. Vrijwel volledig aritmische muziek - de drummer doet maar wat, de gitarist pingelt maar wat en Will Oldham mijmert maar wat, of althans, dat lijkt zo: het resultaat blijkt op elk moment tóch volledig te kloppen. Op een site werd dit album beschreven als een constant meanderende stroom van muziek, waarin eigenlijk niet zoveel gebeurt, maar die toch steeds, noot voor noot, boeiend blijft - een mooie en treffende metafoor, hoewel deze niet het héle verhaal omvat.
Het is erg de moeite waard de teksten van het album erbij te pakken. Deze teksten zijn bewerkingen van geselecteerde vertalingen uit de Gitanjali, een soort oude bundel van Indische zweverige gedichten (zij het van enig literair niveau). Oldham (?) heeft het religieuzerige aspect (grotendeels) geschrapt en de teksten geïnjecteerd met een perfecte dosis cynisme.
Zo is track 2 (II/XV) een fijne juxtapositie van twee gedichten, waarvan het eerste in de oorspronkelijke versie de vreugde en trots verbeeldt van de zanger die door zijn muziek opstijgt naar het Hogere, het tweede de volslagen nietigheid van diezelfde zanger. Door deze twee teksten pal naast elkaar te plaatsen krijgt het nummer ineens een scherp, sarcastisch randje. In LXXXI, vermoedelijk mijn favoriet op dit album, wordt een halleluja-gedicht, waarin o.a. de wonderen der groeiende bloemen worden besproken, opgevolgd door een strofe (die niet voorkomt in het oorspronkelijke gedicht) die vermoeidheid en verbitterdheid laat doorklinken, waardoor de gehele tekst ineens een wanhoopskreet lijkt van een door en door uitgeputte geest (althans, dat is mijn interpretatie, your results may vary). De lome muziek, die vaak moeite lijkt te moeten doen om niet helemáál stil te vallen, sluit daar perfect bij aan - dit klinkt misschien erg goedkoop, dat is het zeker niet. De vergelijking met doommetal die ik eerder maakte is misschien wat vergezocht, maar sfeer en thematiek zijn ergens wel degelijk vergelijkbaar.
Eigenlijk weten alleen LXVI en het muzikaal wat conventionelere CII mij (iets) minder geboeid te houden. Dat verandert niets aan het feit dat dit album absoluut bij mijn favorieten hoort. Pracht van een schijf.

avatar van AOVV
4,5
Dit is zo'n plaat die ik na één schamel luisterbeurt meteen op 4,5 sterren zou durven zetten. Ga ik ook gewoon doen, de motivatie volgt later.

avatar van Ward
4,5
De reïntegratie van Ward deel 10:

Bonnie ‘Prince’ Billy is een artiest waar ik me al een tijd in wil verdiepen. Ik heb I See a Darkness wel in de kast staan en Wolfroy Goes to Town heb ik ook wel beluisterd, maar meer dan snuffelen heb ik aan de beste man zijn oeuvre dus nog niet gedaan. Deze tip van Masimo greep ik dan ook dankbaar aan. Kende ik met I See a Darkness al zijn bekendste album, is dit waarschijnlijk een van de meest obscure releases uit zijn carrière. Er is op internet nauwelijks een letter te vinden over deze release. Dat roept natuurlijk de vraag op of we hier te maken hebben met een vergeten parel of met gewoon een mindere release van een zeer productieve artiest.

Het album opent sterk met XXV. Het nummer wordt gedragen door twee tonen gespeeld op de bas die steeds terugkomen als eb en vloed. In dit nummer gebeurt er niets en alles tegelijk. Aan de ene kant stroomt het nummer heel minimalistisch voort zonder ooit naar een punt of een climax toe te werken. Aan de andere kant gebeurt er van alles: verschillende loops met zacht gitaargetokkel, wat zachte percussie, af en toe wat accordeon en daaroverheen de dromerige zang van Will Oldham. Dat alle partijen op het eerste gezicht bijna onafhankelijk van elkaar lijken te opereren waardoor het ritmisch vaak wringt, zorgt voor een fascinerende onderhuidse spanning.

Bij II / XV is meteen duidelijk dat deze stijl heel het album zal worden aangehouden. Dromerige gitaarloops waar rustig overheen wordt getokkeld, spaarzame bijna willekeurige percussie aangevuld met de mijmerende stem van Will Oldham maken hier de dienst uit. De plaat is tegelijkertijd zowel chaotisch als zeer rustgevend, zoals natuurgeluiden in hun chaos vaak ook tot een rustgevende geluidsstroom verworden. Het gevaar ligt met een dergelijke sound misschien op de loer om de luisteraar kwijt te raken. Zeker bij een eerste luisterbeurt kan ik me voorstellen dat iemand dit als puntloos en saai zou afdoen. Toch zou ik dit zeer onterecht vinden. Wanneer je je concentreert op de prachtige, dromerige melodieën en de ritmische spanning tussen de verschillende partijen is dit verre van saai. Voor puntloos valt misschien meer te zeggen.

‘Our life is just to sit and play songs with no purpose’ (II / XV

De nummers werken namelijk nergens naartoe. Klassiek gestructureerde popliedjes hoef je hier niet te verwachten, net zo min als verassende wendingen of grootse climaxen. Erg is dit echter allerminst, sterker nog het is de grote kracht van dit album. In een tijd waarin alles een doel of een richting moet hebben is het zeer waardevol om soms te onthaasten en weg te kruipen in je eigen gedachten. Get The Fuck On Jolly Live biedt je die mogelijkheid. Zeer bijzonder album.

4,5*

Gast
geplaatst: vandaag om 06:17 uur

geplaatst: vandaag om 06:17 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.