Een meesterwerk zal niemand dit tweede solo-album van de voormalige Byrdbaas Roger McGuinn ooit noemen, maar ondanks alle minpunten heeft het toch een geheel eigen charme.
Compositorisch is dit nogal een mixed bag, met vijf eigen nummers van McGuinn (waarvan vier samen met Jacques Levy, die twee jaar zo'n belangrijke bijdrage aan Bob Dylans Desire zou leveren), twee van Donnie Dacus, één van Al Kooper, één van Dan Fogelberg (Better change, dat ook op Fogelbergs tweede album Souvenirs zou verschijnen) en één van niemand minder dan country-ikoon Charlie Rich, in Nederland bekend van zijn megahits The most beautiful girl en Behind closed doors, maar op dit album leverancier van nota bene het titelnummer.
En helaas zijn niet alle nummers even sterk. De twee Dacus-nummers (3 en 6) zijn tamelijk nietszeggend, het op zich boeiende Together stort enigszins in onder een lyrische passage met flamenco-gitaar, en Same old sound is weliswaar een aardig verslag van de talloze verzoekjes aan McGuinn om tijdens concerten toch maar vooral zijn oude successen nog eens te zingen, maar muzikaal houdt het de aandacht niet helemaal tot de laatste noten vast. Bovendien laten de nummers ook tekstueel af en toe een steekje vallen, nergens zo erg als in het slotnummer: "The lady's eyes are beautiful / They wander through the dictionary / Searching for a way to say I love you / To a friend".
Daar staat tegenover dat er toch ook een paar prima nummers op staan, zoals Dan Fogelbergs fraaie Better change, McGuinns eigen klaaglijke Without you, Al Koopers ritmisch afwisselende en interessante (Please not) One more time (voor mij het hoogtepunt van de plaat), en Gate of Horn, McGuinns ode aan een beroemde folkclub in Chicago in de jaren 50 en 60:
"There was Judy and Peter and Josh and Odetta
The Clancies and Mary and Paul made it better
Grossman and Tommy and Dickie and Lou
And when one was looking McGuinn was there too!"
(dat zijn volgens mij resp. Judy Collins, Peter Yarrow van Peter Paul & Mary, Josh White, Odetta Holmes, de vier Clancy Brothers, Mary Travers en Noel "Paul" Stookey van Peter Paul & Mary, eigenaar Albert Grossman –later manager van o.a. Bob Dylan–, Tommy Makem van de Clancy Brothers, komiek Dick Gregory, en Lou Gottlieb, bassist van het folktrio de Limeliters.)
Wat de plaat echter vooral ruimschoots drijvend houdt is de kwaliteit van de muzikale begeleiding, gegarandeerd door het vakmanschap van de crème de la crème van de Westcoast-sessiemuzikanten, met Kooper, Fogelberg en Dacus op gitaren, Kooper en Paul Harris op toetsen, Al Perkins op pedal steel, Leland Sklar en Russell Kunkel zoals zo vaak samen als ritmetandem, en temidden van de achtergrondzangers zelfs ex-Turtles Mark Volman en Howard Kaylan. Deze muzikanten geven de nummers op prachtige wijze vorm, waarbij de arrangementen steeds ruimte laten voor McGuinns beroemde twaalfsnarige Rickenbacker en zijn karakteristieke hese stem. Hoewel deze plaat al veertig jaar geleden werd opgenomen klinken de nummers nog altijd fris en helder (mede de verdienste van producer Bill Halverson) en "ademen" ze op een manier die mij het soms magere niveau van de composities dikwijls doet vergeten.
Nee, een meesterwerk is dit niet, wel een sympathiek en warm album met een heerlijke sound en toch ook wel een aantal uitstekende nummers.