Steve Lacy, het is een naam die mij, sedert ik zijn vrij recente album
‘Work’ gehoord had, als een nachtmerrie in de oren klonk. Onterecht, zo blijkt nu, want de man is niet bepaald een jazz-icoon die zijn titel gestolen heeft. Zijn hese toon klinkt indringend, zelfs benauwdend, in de benepen Bimhuis-setting. Waldron zet daar een monumentale pianomuur tegenover waar de noten tussen dwarrelen. Een festijn voor het oor, mits de luisteraar zelf een bepaalde tegemoetkoming wil doen.
Immers, echt gemakkelijk heb ik het hier niet mee: Lacy tast zorgvuldig zijn saxofoon af, zonder een duidelijk vooropgezet plan waar zijn improvisatie naartoe moet. Bij Waldron heb ik echter juist het tegenovergestelde gevoel: bij hem komt elke noot perfect waar die moet komen, en hij gaat zich nimmer te buiten aan getoeter naast de kwestie. Is de indruk van dit optreden dan contradictoir? Nee, toch niet, want ook op dit niveau levert dat spanningsveld tussen twee tegengestelde polen een homogeen niemandsland op waar echt alles mogelijk is – zonder dat de musici misbruik maken van de vrijheid die ze zelf creeëren. Een spannend gegeven dus, los van de fundamentele tegenstrijdigheid.
Primair draait het hier overigens duidelijk om de ontroering; niet om de noten zelf, maar om wat die teweeg brengen. De moeilijke bezetting leent zich (volgens mij) gemakkelijk tot een plaat waar de dialoog het hoogste goed is, en waar alles in het teken staat van een rechtstreekse communicatie tussen A en B (zie bijvoorbeeld
hier). Steve Lacy en Mal Waldron zijn echter onafhankelijk veranderlijken die tot een verschillend stelsel behoren, waardoor een gegeven als “dialoog” bij voorbaat overstegen wordt. Maar wat is
‘Live at the Bimhuis 1982’ dan wel, anders dan een innige ontmoeting? Ik blijf u het antwoord schuldig... tot we het album wat beter kennen. En voorlopig kunnen we nog op ons dooie gemakje genieten.
