Met: Lee Morgan (trompet); Jackie McLean (altsax); Curtis Fuller (trombone); McCoy Tyner (piano); Bob Cranshaw (bas); Art Blakey (drums)
Zondagmorgen met Lee Morgan, deel 3: Dit is de plaat die ik in de afgelopen maand denk ik het vaakst heb beluisterd. De tweede plaat van Morgan (na Search for the New Land) die bij Blue Note op de plank bleef liggen door het succes van The Sidewinder, omdat Blue Note wilde proberen een plaat uit te brengen die dat succes kon herhalen.
Nu kan ik me op zich wel voorstellen dat Search for the New Land net wat te subtiel en artistiek werd gevonden, maar Tom Cat zou toch een prima opvolger zijn geweest. Het is een heerlijk swingende en afwisselende hardbopplaat, die meteen lekker in het gehoor ligt. Maar dit is meer dan gewoon 'lekker': de composities wérken gewoon allemaal, met dank aan een band in topvorm. Buiten Morgan zelf, die zich scherp als een haaienvin door de plaat heen soleert, zijn McCoy Tyner (die de sfeer een structuur in het oog houdt) en een briljante, bevlogen Jackie McLean de uitblinkers.
Gezeur over platen die al dan niet op tijd een release kregen is altijd lekker makkelijk achteraf praten, maar dat dit pas in 1980 (met een inderdaad spuuglelijk hoesje) werd uitgebracht mag toch wel een groot onrecht worden genoemd. Ik vind het denk ik wel Morgans beste opname tot dusver.