Na hun
debuut vervolgde Generation X in januari 1979 met
Valley of the Dolls. De groep begon met punk, boos en wild, al was het geluid op de eersteling al iets getemd. Die trend zet zich hier voort. Geproduceerd door ex-Mott the Hoople Ian Hunter.
Er wordt uptempo geopend met
Running with the Boss Sound, aangenaam gevolgd door
Night of the Cadillacs, waarvan het pompende gitaarwerk aan de glamrock van Slade en The Sweet doet denken.
Gas eraf met een saaie ballade:
Paradise West met cleane gitaar. De vlotte powerpop van
Friday's Angels brengt de vaart er weer in, compleet met koortjes, als single
#62 in de Britse hitlijst van juni '79. Kant 1 sluit af met het op rockabilly gebaseerde
King Rocker met een tekst over Memphis, Tennessee. Dat werkt niet, maar als eerste single van de plaat
#11 in februari.
Het titelnummer trapt kant 2 af en opnieuw verbreedt Generation X het geluid, dankzij een dameskoortje. Toekomstmuziek: alsof The Alarm wordt gekruist met de dames uit The Human League. Nog aangenaam ook en
#23 in april '79.
Dan twee middelmatige nummers, waarna het gecompliceerdste nummer de plaat afsluit. Het akoestische, uptempo, in tweeën gedeelde
The Prime Of Kenny Silvers is gevarieerd met akoestische én elektrische gitaar, piano en Hammond. Geheel punkloos, in de stijl van artrock van de jaren '70.
Aardig nummer, waarbij het vooral de diverse instrumenten en opbouw zijn die het maken. De stem van zanger Billy Idol pakt me namelijk niet. Een heel album naar hem luisteren duurt te lang. De twee bonussen van de
cd-editie van 2002 versterken dat alleen nog maar.
De groep was interessanter voor een singlekopend tienerpubliek dan voor de vaak oudere lp-koper: als langspeler reikte
Valley of the Dolls in maart '79 slechts tot
#51.
Wisselvallig vervolg van een debuut dat ik 3 sterren gaf. Hier zak ik naar de 2,5. Mijn reis door new wave kwam van het onbekende pareltje
Ghostown van de Ierse Radiators, dat er wél overtuigend in slaagde zijn punkstart met een bredere aanpak te vervolgen. Volgende halte is in het Britse Noord-Ierland: het debuut van
Stiff Little Fingers, waar punk rauwer en oprechter klinkt dan bij Generation X.