At the Dawn of War is het derde album van Slechtvalk, al was er ook nog een splitalbum met het Indonesische Kekal, getiteld
Chaos & Warfare (2002).
We worden weer meegenomen naar Middeleeuwse tijden. Oorlogen en geruchten van oorlogen. Waar ken ik dat nog meer van? Juist, het nieuws van 2024, nu er al twee-en-driekwart jaar een oorlog woedt op Europese bodem met groeiende invloed op de Nederlandse maatschappij. Met dat in het achterhoofd is dit niet slechts een album met een fictief verhaal over vroeger. Nee, dit lijkt op het nu.
Nieuw bij de groep is toetsenist Hydrith, die naadloos vervolgt waar zijn voorganger eindigde. De eerste helft van dit album is een conceptverhaal, genaamd
Rise of a Legend. Inclusief de instrumentale opener in folkstijl (fraai!) wordt gedurende vijf nummers het verhaal verteld van een vijand die de zuidelijke bondgenoten heeft ingesloten. "We" van het noorden gaan op weg om ze te ontzetten. Je voelt de spanning en doodsangst op weg naar de veldslag.
De vijf nummers na dit verhaal hebben indirect met dit concept te maken, als verhalen die zich aan de flanken van het hoofdverhaal afspelen. Ze behandelen thema's als verraad en vrijheid. Bijzonder is het brute kleinood
Black Raven Dead dat halverwege fraai wordt stilgelegd; hoe een slechtvalk een raaf vangt. De natuur dient ook op dit album als inspiratiebron.
De teksten zijn in proza, dus geen coupletten of refreinen, al wordt in
The Spoils of Treason een deel van de tekst herhaald. De zang bestaat uit screams (Shamgar), sopraan (Fionnghuala) en cleane, zware mannenstemmen zoals bijvoorbeeld Heidevolk ook doet (de overige leden: gitarist Ohtar en drummer Grimbold).
Bij dit alles valt op dat het geluid is verbreed. Zo is de productie net wat dieper dan op voorganger
The War That Plagues the Lands, de drums klinken iets voller en in
Call to Arms zijn naast een akoestische gitaar swingende, bijna jazzdrumfills te horen.
Verder de nodige blastbeats, hamerende dubbele bassdrums en de kenmerkende razendsnelle slaggitaren, afgewisseld met langzame delen en composities zoals
The Spoils of Treason, dat qua rifflijnen iets wegheeft van Paradise Lost. Variatie genoeg.
De meeste nummers werden geschreven door Shamgar, maar de overige groepsleden hebben na enkele jaren bij de band meer inbreng. Zo werd
Mortal Serenity geschreven door bassist Nath die een net wat andere aanpak heeft, wat enorm goed uitpakt.
Nu ik alle albums eens op een rijtje beluister, valt de ontwikkeling van de groep op. In dit geval worden stijl en geluid verder verbreed en de productie (wederom van Martijn Groeneveld) verfijnd, zonder aan energie in te boeten.
De groep omschrijft de muziek als 'war metal'. Helaas passend bij de loopgraven van Oekraïne, waarmee het verhaal veel urgenter binnenkomt. Vijf jaar later verscheen opvolger
A Forlorn Throne.