Jasper schreef:
Ik vind dit Nashville Skyine zeker overtreffen. Ik begrijp de vergelijking wel, Woodsmoke and Oranges is alleen veel constanter wat mij betreft.
Daar ben ik het mee eens, al wil dat ook weer niet zoveel zeggen:
Nashville Skyline vind ik Dylan's minste uit de sixties (al wil dat op zijn beurt dan óók weer niet zoveel zeggen).
De vergelijking gaat in zekere zin op, al speelde David Bromberg bij mijn weten niet mee op Dylan's countryplaat. Siebel klinkt hier qua stemgeluid erg als Dylan, maar dan de Dylan van zijn vroege folkplaten - op
Nashville Skyline klonk hij meer als een gezalfde, gearriveerde bard uit Tennessee - Siebel weet er wel wat meer pit in te steken, op een jolige manier.
Maar genoeg over Dylan, deze fraaie countryplaat is in feite all about Paul Siebel. De uit Buffalo, New York afkomstige jongmens (een plaats die qua naam country uitstraalt, qua geografische ligging iets minder) banjerde na zijn legertijd in het tweede deel van de sixties door de koffiehuizen in Greenwich Village, alwaar hij optrad. Na een tijdje werd zijn talent opgemerkt door een wakkere jongen bij Elektra Records, en na het horen van een aantal songs die hij met z'n vriend Bromberg had geschreven gingen ze overstag: Siebel mocht een platencontract tekenen, en in 1970 kwam dit veelbelovende debuut uit.
Siebel was een zogenaamde singer-songwriter, en dan wel een rasechte. Hij schreef alle teksten zelf - over outlaws, sociale (wan)toestanden, het leven van de modale mens - en was daarin, wat mij betreft, niet zuinig op het spuien van volkse wijsheden. In het brengen van die markante teksten liet hij zich op instrumentaal vlak (hij speelde zelf 12-string & akoestische gitaar) bijstaan door o.a. Bromberg (dobro, gitaar), Gary White (bas) en James Madison (drums), die de kern van de plaat vormen. Incidenteel zorgen pedal steel, viool, piano/orgel en harmonica voor fraaie franjes.
Sterkhouders op dit album zijn de pittige, met humor doorspekte single
Miss Cherry Lane, het verhalende, aangrijpende
The Ballad of Honest Sam, het van flower powerwijsheden vergeven
The Came the Children, de soldatensmart van
Bride 1945 en de wat jolige honky tonk van
Any Day Woman waar Siebel scherp voor de pinnen komt met zinsneden als
"You just preserver her when you serve her a little tenderness".
De grote constante van dit album wordt gevormd door de sterke teksten, de verhalende kracht van Siebel's zielenroerselen. Ik hoor een gevoelige, betrokken ziel door dit alles schemeren, een wat naïeve dromer, wat allicht ook ten grondslag heeft gelegen van het feit dat het na 2 platen over en out was met zijn carrière. Na dit debuut kwam Siebel vrij snel met opvolger
Jack-Knife Gypsy, waarop heel wat meer muzikanten hun duit in het zakje deden, maar opvallend genoeg enkel Gary White als original overbleef.
Die tweede plaat heeft dan ook een wat rijkere sound, iets meer op de luisteraar en minder op de song/tekst zelf gericht, lijkt het wel (
If I Could Stay heeft zelfs Lennon-allures). Een poging tot doorbraak, vermoed ik. Een doorbraak die er niet kwam, een lot dat talloze artiesten te beurt viel. En Siebel, als gevoelige, dromerige ziel, nam dat zwaar op. Raakte verslaafd aan drugs (en drank). Viel ten prooi aan een depressie, kwam op de rand van de afgrond terecht. En wist zichzelf weer bijeen te rapen. Hij leefde uiteindelijk nog een lang, en hopelijk gelukkig, leven. En stierf aan longfibrose, op zijn 84ste.
Hoe dan ook, Siebel is een artiest die het waard is te bespreken. Want ondanks zijn beperkte culturele erfenis wordt hij al decennia vereerd in de muziekwereld (vooral country- en folkgeoriënteerde lieden dan). Door zijn maatje Bromberg natuurlijk, maar ook door Kris Kristofferson die hem aanhaalde in het intro van zijn song
The Pilgrim als een belangrijke invloed. En door talloze muzikanten die hem coverden, waaronder Waylon Jennings, Linda Ronstadt, Jerry Jeff Walker, Leo Kottke, Bonnie Raitt en Emmylou Harris. En de door mij felbejubelde Kate Wolf niet te vergeten!
4 sterren voor deze / 3,5 sterren voor
Jack-Knife Gypsy