De eerste keer dat ik van Stryper vernam, was omdat ik als studentenforens een gratis nummer van De Telegraaf kon krijgen. Op de pagina Popscore stond een artikel over de PMRC die tegen zedeloosheid binnen de popmuziek streed. Een tweede stukje introduceerde kort Stryper. Ik knipte het uit en plakte het later op de binnenhoes bij de elpee, spoedig na het lezen in Amsterdam bij Boudisque aangeschaft.
"STRYPER EN BIJBELS - Over een heavy-metal elpee zullen de dames van de PMRC niet vallen. Namelijk: het debuutalbum van het Californische STRYPER, die met hardrock het evangelie willen verkondigen. Kennelijk met succes, want van de eerste elpee van de viermans formatie, die de veelzeggende titel Soldiers under command draagt, waren al 100.00 exemplaren op bestelling verkocht. (...) Muziek voor de Muzikale Fruitmand, dus."
Gezien de verschijningsdatum van
Soldiers under Command, 23 augustus 1985, zal het medio september zijn geweest dat de groep in de Telegraaf werd genoemd. Hun label Enigma beschikte via Boudisque bovendien over een goede Europese distributie.
Ik kom uit een NCRV-gezin dat in 1985 was overgestapt naar de EO en de boodschap van Stryper was mij dus niet onbekend. Nu gaat het bij Stryper altijd daarover, maar het was de combinatie van sterke riffs, de vétte productie (drums!) van Duitser Michael Wagener en spetterende gitaarsolo's dat dit bepaald geen miskoop bleek.
Daarbij was er de aansprekende hoes én de kleding: met de wespenkleuren stónd iets, een "imagotruc" die rond diezelfde tijd ook door genregenoten
Barren Cross werd toegepast.
Door hun uiterlijk werd de groep ten onrechte nogal eens als glammetal beschreven, maar de muziek ligt in het verlengde van Judas Priest en Saxon: harde heavy metal, legde ik mijn schoolmaatjes uit.
Drie van hen luisterden verbaasd toen ik het album draaide tijdens ons maandelijkse klaverjasavondje (waarvan ik het tweede spel altijd beduidend minder scherp speelde door ieeeets mindere concentratie na enkele biertjes). Ze dachten dat het spottend was bedoeld, maar ik legde hen uit dat het viertal voor hun boodschap stónd.
Opener
Soldiers under Command knalt binnen door het machtige intro met drumslagen als waren het pauken; de verdienste van drummer Robert Sweet én de producer.
Makes Me Wanna Sing is een uptempo meezinger, die me door de koortjes aan jaren '70 glamrockgroep The Sweet deed denken. Vast geen toeval dat de zanger van Stryper Michael Sweet is, de oudere broer van degene op de drumkruk. Opnieuw valt op dat Oz Fox een aardig moppie kan soleren. Toen al.
Together Forever heeft warempel doowopinvloeden maar rockt uptempo door.
Dan de ballade
First Love. Ook indertijd mijn minst favoriete onderdeel, maar vanmiddag valt toch op hoe goed die in elkaar zit. En dan het harde
The Rock that Makes Me Roll.
Kant 2 hanteert dezelfde aanpak: twee stevige, uptempo nummers, gevolgd door een ballade met de titel
Together as One. Dan volgt het ijzersterke
Surrender met zware, hakkende riffs en een pakkende melodie. De heldere stem van Michael Sweet helemaal op z'n plek. Op midtemponummers is bovendien zijn broertje op z'n best, met onder meer heerlijke basdrumspel en goed getimede slagen op snaredrum en toms. Zoals op deze afsluiter, die een "bonus" krijgt met een traditional in heavy jasje:
Battle Hymn of the Republic.
Anders dan De Telegraaf voorspelde was er meteen controverse; in de metalwereld was menigeen verstoord door de christelijke teksten en in de christelijke wereld was sowieso moeite met popmuziek. Beide standpunten vond ik be-la-che-lijk.
Volgend jaar wordt
Soldiers under Command veertig jaar. Mijn conclusie, terwijl een volgende regenbui voorkomt dat ik de tuin moet sproeien: het album is fris en fruitig gebleven, veel beter dan ik had verwacht na het jarenlang niet te hebben gedraaid. Een dikke 8 derhalve (die twee ballades halen de vaart eruit), of zou ik toch een 9 moeten geven vanwege het baanbrekende werk van de groep?