Ik had dit album al voorbij zien komen in de stemlijsten van mensen met veel hippere muzieksmaken dan ik, en ik was van tevoren eigenlijk een beetje bang dat Delia & Gavin, zoals ze op Spotify heten, te moeilijke muziek voor me zouden maken. Blijkt niet het geval te zijn: voor een klein uur aan synthdrones is deze muziek eigenlijk best toegankelijk. Dat is wel deels te danken aan het feit dat de opener er zo heerlijk inhakt - Rise bestaat uit twaalf minuten staccato synths die je hoofd helemaal murw beuken, in de beste zin van het woord. Door deze eindeloze herhaling van tikkende synths krijgt het nummer iets heel ritmisch mee, wat vrij tof is voor een nummer zonder percussie. Bovendien krijg ik zodra in het laatste kwart van het nummer het hoofdmotief zijn kop opsteekt precies het machtige, groter-dan-ons-sterrenstelsel gevoel dat Delia en Gavin misschien het hele album oogden te bereiken.
Dit gebeurt deels. Bij de opvolger 13 Moons is spacey nog steeds één van de eerste woorden die in mijn hoofd opkomen, maar eerder als beschrijvende term dan dat ik het zelf voel. De pianomelodie die centraal staat in het nummer is misschien net wat te simpel, het geluid van de synths (blijkbaar zelf gebouwd, waarvoor respect) net wat te verouderd en de opbouw van het nummer misschien net te stuurloos. Het nummer heeft zich na de plusminus acht keer dat ik hem heb beluisterd nooit weten te ontworstelen tot boven het aangenaam-om-bij-te-studeren-niveau, en daar doe je het niet helemaal voor. Relevee op zijn beurt is een toffe soundscape waar ik me qua sfeer wel een paar keer goed in heb verloren, maar die misschien melodieus dan weer net te weinig te bieden heeft om me gegarandeerd geboeid te houden. Gelukkig kan ik weer opveren bij afsluiter Black Spring, waarin het onheilspellende geluid van de opener weer wordt geëvenaard. Het geluid van de zelfgebouwde synths is hier juist een meerwaarde, namelijk organisch genoeg om menselijk te klinken en modern genoeg om spacey te klinken. In combinatie met de enigszins duistere melodieën die uit deze apparaten komen leidt dit tot een treffende en vrij unieke sfeer: vliegen in een ruimteschip waar de alarmbellen afgaan, eindeloos door een allesverwoestende leegte zweven langzaam opdoemende verstikkende gaswolken, je kent het wel.
Misschien heb ik mezelf onverschilliger neergezet tegenover het middenstuk van dit album dan ik eigenlijk ben, dus hierbij even een rectificatie: The Days of Mars is consistent een sfeervol en uniek album. Het feit dat ik qua vergelijkingen niet verder kom dan een soort oerversie van het geluid van Holden ten tijde van The Inheritors toont óf dat, óf mijn gebrekkige muziekkennis aan. Feit blijft echter dat als ik meegesleept wil worden door de muziek die ik luister, ik precies de helft van dit album zal opzetten; de andere helft kan eventueel dienen als een aangename verbinding tussen deze twee stukken. Wel erg tof dat ze zelf hun synths hebben gebouwd.