Wolfheart leerde ik in maart 2020 tijdens de eerste lockdown kennen via YouTube, waar ik het min of meer toevallig tegenkwam. Ik was op slag verzot op de combinatie van enerzijds akoestische gitaren en weemoed en anderzijds brute deathmetal met soms een beetje cleane zang eronder; regelmatig tegen black metal aanschurend qua riffs en (blast)beats. Ik had daarbij de indruk dat Wolfheart een eenmansgroep is. Via soortgelijk toeval kwam ik in maart dit jaar in Arnhem
Tyhjyys in een bak met tweedehands cd's tegen. Meenemen natuurlijk.
Gelukkig vind ik die pakkende combinatie ook volop op de rest van het album, waarbij de muziek vele, vele tempowisselingen bevat. Hou ik van. Wolfheart is volgens het cd-boekje inmiddels een kwartet plus studiotoetsenist. Eén van de nummers van de videoclips staat hier ook, te weten
The Flood. Het is in zijn eentje een goede samenvatting van hun stijl: in het intro akoestische gitaren en piano, dan doomachtig heavy met wenende gitaarlijnen, waarna het akoestische deel terugkeert maar nu met drums en dwarsfluit (of is het toch een synth?) - hoe mooi! - en dan weer heavy verder.
Het album begint eveneens akoestisch met het instrumentale
Shores of Lake Sempele, om dan elektrisch te worden inclusief wat het cd-boekje een "Viking Choir" noemt. In
Boneyard klinken al spoedig hoge tempo's met halverwege een heerlijk akoestisch deel, waardoor het daarop volgende deel extra hard en snel lijkt.
World on Fire is hard en melodieus tegelijk, zeker gezien het snelle gitaarthema in het slot, waar nog wel een volgend deel in had gezeten.
De tweede helft begint met
The Rift dat na een pakkend intro waarin elektrische en akoestische gitaren samengaan, snel beukt met scherpe riffs. Iets langzamer maar zeker niet minder heavy is
Call of the Winter, slepend in 6/8-maat met een fraai middenstuk met ingetogen akoestische gitaren en piano.
Dead White swingt op z'n metaligs met een staccatoriff en kalme pianolijn en verhevigt al spoedig in zwaarte.
Het massieve titelnummer
Tyhjyys is in het Fins. Een vertaalsite helpt me te begrijpen dat het gaat over een gevallene die aan zijn laatste reis is begonnen. Af en toe klinkt op het album een explosieve gitaarsolo van Mika Lammassaarri die bovendien het nodige melodiegevoel bezit. Zo ook hier.
Bij het beluisteren zou je ter vergelijking diverse namen kunnen noemen. In
Boneyard bijvoorbeeld Paradise Lost en Sepultura en er zijn ongetwijfeld veel meer namen te noemen. Een azijntype zou dus terecht kunnen claimen dat het niet superorigineel is, maar als de creativiteit, variatie en goede ideeën van het zilveren schijfje spatten, hoor je mij niet zeuren. Een dikke 8, uitgedrukt in vier sterren als eerste waardering.