Prince – N.E.W.S.
…zzz…
Prince – N.E.W.S.
Sorry, daar dommelde ik even in bij mijn eerste poging deze plaat te recenseren. Naar N.E.W.S. van Prince luisteren doet zo’n dingen met een mens.
Nee alle gekheid op een stokje, het muzikantenschap op deze plaat is vast helemaal top, Prince is zelf natuurlijk een klasbak maar hij laat zich hier ook omringen door de nodige toppers (vooral Eric Leeds op sax), maar dat doet niet af aan het feit dat ik mijn aandacht hier gewoon echt niet bij weet te houden.
Ik wil zelfs nog verder gaan: om actief te luisteren naar deze plaat, moet ik me concentreren op dezelfde manier zoals ik dat vroeger moest doen bij het maken van mijn huiswerk. Het lukt misschien maximum een paar aaneengesloten minuutjes, daarna ga ik onherroepelijk dagdromen, social media checken, proberen een zo hoog mogelijke toren te bouwen met al het schrijfgerief in mijn pennenzak… geen goed teken.
Uitzonderingen: wanneer het geheel wat dreigender wordt op East, het chille begin van West met die eenzame gitaarsolo, de chille outro van West met die eenzame saxsolo… en dat is het eigenlijk zowat.
Maar zelfs die spaarzame uitzonderingen zijn niet bepaald carrièrehoogtepunten waar ik met alle geweld om de zoveel tijd naar terug wil keren. Ze zijn gewoon iets minder middelmatig dan de rest van het gebodene. N.E.W.S. doet heel klinisch aan, alsof de aanwezige muzikanten geen chemie delen. Nu weet ik natuurlijk dat dit niet zo is, dat ik hier niet van kan genieten ligt dus aan de te cleane productie en de weinig sprankelende composities.
Misschien adequate achtergrondmuziek bij het lezen of de zondagse thee, maar daar luister ik Prince natuurlijk niet voor. By far zijn meest saaie plaat voor mij, de jazzy antithese van het swingende, interessante The Rainbow Children. Een slaapverwekkende, voortkabbelende yin van een spannende, regenboogkleurige yang. Tja, alles moet in balans blijven, zullen we maar zeggen.