Twee voormalige zangers van Deep Purple die op eigen benen een carrière opbouwden, werden bijgestaan door een Bernie. David Coverdale in zijn Whitesnake door Bernie Marsden en Ian Gillan in zijn Gillan door Bernie Tormé. De voornaam Bernard was wel de grootste overeenkomst, want alhoewel beiden actief waren in de hardrock is Tormés stijl behoorlijk anders.
Begin januari 2024 landde deze
verzamelbox in mijn huis en zoals daar beloofd loop ik de vier albums hierop langs.
Bernie Tormé werd in 1952 geboren in Ranelagh, iets ten zuiden van Dublin. De Ier speelde eerst in Dublin in The Urge en studeerde oud-Grieks, om in 1974 naar Londen te emigreren om bij Scrapyard te spelen. Daarin speelde hij met bassist John McCoy. Geïnspireerd door de punkgolf begon hij in 1976 de Bernie Tormé Band. Twee van zijn nummers kwamen op punkverzamelaar
Live at the Vortex, een plaat
op YouTube te horen.
In 1979 stapte hij echter over naar Gillan, waar hij werd herenigd met McCoy. De razendsnelle leadgitarist is te horen op vier albums, waar hij de zanger een nieuwe stoot energie hielp geven. Bovendien bracht hij in ’79 en ’80 twee solosingles uit buiten de strakke routine van Gillan.
Omdat hij de gage onvoldoende vond, vertrok hij in 1981. Korte tijd speelde hij bij Atomic Rooster, tot zijn hulp werd ingeroepen door Ozzy Osbourne als vervanger van de kort daarvoor verongelukte Randy Rhoads. Tormés stijl bleek tijdens die concerten echter te weinig in de klassieke muziek gedrenkt, waarop hij terugkeerde naar Engeland en voor de tweede maal een solocarrière startte. Hij overleed in 2019.
Elpee
Turn Out the Lights was het eerste album na zijn terugkeer. Dat zijn naam in het Verenigd Koninkrijk een zekere reputatie had, bleek in juli 1982 toen de plaat #50 haalde in de Britse album top 100. En dat zonder hitsingle. Het zou zijn enige albumnotering onder eigen naam blijven.
Drummer op het album is Nigel Glockler, voorheen actief bij newwavezangeres Toyah en dan inmiddels bij metalgroep Saxon. Colin Towns, eveneens van Gillan, assisteerde op toetsen en fluit, zij het in bescheiden mate. Juist hier doet het aan Tormés oude bandje denken.
Producer was Nick Tauber, die tien jaar eerder voor Thin Lizzy en kort tevoren met Toyah werkte en het jaar erop het debuut van Marillion zou doen. De plaat klinkt alsof deze live werd opgenomen in de studio, met een ruimtelijk drumgeluid en nagenoeg zonder overdubs.
Qua composities klinkt conventionele hardrock. Tormé was een redelijk zanger en een begenadigd gitarist, maar is op
Turn Out the Lights niet degene die zich uitleeft in lange gitaarsolo’s. Daar had ik wel meer van willen horen. Verrassenderwijs schemert soms new wave á la The Mission door, namelijk als hij een akoestische, twaalfsnarige gitaar erbij pakt, zoals op kant 2 in
Possession en in het instrumentale kleinood
India.
Eén van mijn eerste favorieten als prille tiener was
Painter Man in de versie van Boney M (1978). Nooit geweten dat dit een cover was, tot ik hier ontdekte dat ook Tormé zich eraan heeft gewaagd. Dat zelfs als tweede nummer van de plaat. Ook in dit jasje een geinig nummer, al wreekt zich in het refrein dat Tormés vocale bereik niet zo groot was.
Een spontaan klinkend album, waar met wat meer productionele zorg wellicht meer in had gezeten. Op mijn exemplaar zoals ik dat in de box aantrof, zijn vijf bonussen te vinden die in hetzelfde stramien voortrocken. Volgende schijfje in de box:
Electric Gypsies.