Veertig jaar na Equinoxe, verschijnt op exact dezelfde verschijningsdag, afgelopen 16 november, het vervolg op dat album, namelijk Equinoxe Infinity. Een actie die Jean Michel Jarre twee jaar geleden ook al uithaalde met het derde deel uit de Oxygene-serie. Ook daar zit exact veertig jaar tussen dat album en het debuut.
Maar het is dit keer vooral het hoes-ontwerp wat het meest doet refereren aan de originele Equinoxe. De zg. 'Watchers' zijn namelijk weer terug te zien op maar liefst twee albumhoezen die speciaal voor Equinoxe Infinity ontworpen zijn. Eentje die een vreedzame blik in de toekomst biedt (de albumhoes zoals deze ook op MusicMeter staat) en eentje die een meer dystopisch beeld van de toekomst laat zien (zie:
https://7.allegroimg.com/s1440/013538/e06c1b2f4320b150dcca565c63a7).
Mijn versie van het album heeft overigens de hoes zoals hier ook te zien op MusicMeter.
Want muzikaal zijn er niet meteen overeenkomsten terug te horen. Deze zijn er wel, maar vallen niet zo erg op als de muzikale omlijsting die alle drie de Oxygene-albums met elkaar verbinden.
Verwijzingen die o.a. te horen zijn zitten 'm vooral in de details zoals de opduikende sequencer-sectie in "The Watchers (Movement 1)" en de manier hoe de nummers 6 t/m 8 met elkaar zijn verbonden, doet sterk denken aan het drieluik Part 5 t/m 7 van de originele Equinoxe.
Maar daarmee houden de vergelijkingen al vrij snel op. Want met dit nieuwe album hoor ik toch vooral een vertrouwde Jarre die doet waar hij goed in is. En dat is een pakkende blend bieden van goed geproduceerde electronische muziek waar overduidelijk de Jarre-stempel op gedrukt is.
Niet per se verrassend, maar wel erg lekker en herkenbaar.
Qua dynamiek en afwisseling zelfs misschien nog wat diverser dan Oxygene 3. Tegelijkertijd mis ik het meer minimale karakter wat de vorige plaat meer kenmerkte. Wat minder geheimzinnig, minder ongrijpbaar. De nadruk op thema's is op Equinoxe Infinity meer aanwezig.
Toch doet Jarre geen vernieuwende of revolutionaire dingen op dit nieuwe album. Daarvoor klinkt het net iets teveel als ieder ander album van Jarre. Maar het klinkt zoals altijd en zeker sinds de laatste jaren weer erg degelijk. En dat na een periode waarbij ik soms het idee had dat Jarre redelijk de weg kwijt was, muzikaal gezien dan. Getuige matige albums als Metamorphoses en Téo & Téa.
Nummers die opvallen zijn de al eerder genoemde opener, die me qua sfeer zelfs een beetje een Blade Runner-gevoel geven (hallo Vangelis).
"Flying Totems (Movement 2)" zou wel eens de onvermijdelijke single van het album kunnen worden, met zo'n ongelooflijk herkenbare melodie wat zo typisch 'Jarre-iaans' klinkt, om het zo maar eens te omschrijven.
Tijd om mijn oren te spitsen doe ik tijdens het opvallende en met bijzondere mellotron-klanken doorspekte "Robots Don't Cry (Movement 3)".
Andere momenten hoor ik opeens verwijzingen naar Zoolook, getuige het meer poppy "Infinity (Movement 6)".
"The Opening" is een rehash van "Coachella Opening" die terug te vinden is op de compilatie Planet Jarre die eerder dit jaar is uitgebracht. En op dit album mooi geblend is naast de rest van de nummers.
Andere momenten zijn het wat meer klassiek getinte "Don’t Look Back (Movement 9)".
Het album sluit af met een intrigerend ambient-stuk waarmee Jarre laat zien ook de minder gemakkelijk in het gehoor liggende soundscapes niet te schuwen. Hij sluit hiermee het album op een bijzondere wijze af.
Zoals altijd staan er ook een aantal nummers op die meer als transitie dienen naar het volgende nummer dan dat ze op zich zelf staand een doel dienen. Daarmee vind ik niet altijd dat Jarre er mee wegkomt, gezien er gevoelsmatig meer met dit soort composities gedaan kan worden, dan dat nu te horen valt. Zo ook op dit album. Neem bijvoorbeeld een nummer als "If the Wind Could Speak (Movement 5)". Hier had zoveel meer mee gedaan kunnen worden. Een wonderschone melodielijn en aangename stem-samples zorgen voor een juweeltje. Echter duurt dit nummer met anderhalve minuut veel te kort om tot volle wasdom te komen. Wat niet zo bedoeld zal zijn, maar in mijn beleving wel een beetje een gemiste kans.
Conclusie is dat Jarre op zijn oude dag een degelijk album heeft afgeleverd wat door zijn titel en thema een gedurfde vergelijking aangaat met zijn oudere broer uit 1978. En hoe degelijk dit album is, het gaat niet die status van klassieker behalen als de originele Equinoxe. En zelfs dát album heeft altijd weer een beetje in de schaduw gestaan van het klassieke debuut. Ook al prefereer ik persoonlijk Equinoxe muzikaal net even meer dan het overigens al even geweldige debuut. Puur persoonlijk.
Ondanks hier en daar wat kritische noten, kan ik ook dit keer weer genieten van een oerdegelijk Jarre-album die qua kwaliteit, uitvoering en productie weer staat als een huis. En gezien de fanatieke productiviteit van Jarre de laatste jaren, is dat een prestatie op zich.