Met: Oscar Peterson (piano), Ray Brown (bas), Ed Thigpen
Oscar Peterson... aanbeden door de een, verguisd door de ander. Mijn beoordelingen flaneren tussen de 0,5 en 5 sterren. Een zeer veelzijdig artiest dus met hele hoge pieken en diepe dalen. Ik heb dan ook altijd begrepen waarom hij aanbeden wordt, maar ook de kritiek begrijp ik. Het hangt er in grote mate van af hoe je naar muziek wilt luisteren. Deze plaat stamt uit Oscar’s periode die bij mij favoriet is: 1960-1970.
Oscar heeft vele trio’s gekend. De trio’s met Brown en dan Barney Kessel of Herb Ellis ben ik nooit een fan van geweest. Het trio met Ray Brown op bas en Ed Thigpen op drums is altijd meer mijn kopje thee geweest. Zo ook deze live plaat uit 1965. Oscar is live sowieso grandioos, zeker in deze periode.
Deze opnames zijn niet zo sterk als de opnames At The London House. Maar lekker zijn ze wel: wat een verwennerij voor het publiek. Oscar werk een aantal standards en een enkele original af met grote klasse. De plaat gaat van start met een original van Oscar zelf. Zoals altijd bij Peterson: het swingt, het klinkt allemaal uiterst soepel en simpel. Maar op snellere nummers dreigt vaker het gevaar dat Oscar vervalt in technische nonsens. Hoewel dat hier meevalt komt hij op de daaropvolgende ballads Misty en Django beter tot zijn recht. En jongens: Autumn Leaves, de tandjes wat is die heerlijk!
Als Oscar iets kan dan is het spelen met de blues, en opbouw, opbouw, opbouw! Het begint zacht en liefelijk en blijft dat ook maar het gaat steeds meer swingen, het gaat sneller en dooft vervolgens net zo vloeiend uit. De interactie met Brown is heerlijk: niet vergelijkbaar met LaFaro en Evans maar de interactie is in dezelfde mate aanwezig. Het voelt gewoon anders.
In deze periode liet Oscar zich minder leiden door het ‘kijk eens hoeveel noten ik kan spelen’ principe maar meer door gevoel. De kritiek dat er geen emotie in zijn spel zit vind ik dan ook flauwekul. En die adembenemend techniek: die is er wel gewoon en daar mag je best van genieten. Wat is de mensheid toch tot mooie dingen in staat met het juiste talent. Het staat hier niet op de voorgrond maar is aanwezig: en dat is genieten. En hoewel Art Tatum duidelijk de grootste invloed is, klinkt Peterson echt totaal anders.
Als je een no nonsense trio plaat zoekt met uitstekende jazz van drie uitstekende muzikanten. Muziek waar wordt genoten van elkaar en waarop plezier voorop staat dan is deze plaat of dit trio überhaupt een aanrader. Liever nog zou ik je deze aanraden:
Oscar Peterson Trio - The Sound of the Trio (1961)
Zoek je grensverleggende, vernieuwende jazz die je op het puntje van je stoel laat zitten: dan kun je deze gewoon laten liggen.