Het is alweer
even geleden dat ik in
dit topic de opdracht kreeg hier een stukje over te schrijven:
Cygnus schreef:ik wil wel eens weten waarom jij
dit album zo goed vindt en de rest van Mercury Rev je niet zo boeit...
Dus bij deze.
Voor mij was dit album de kennismaking met Mercury Rev. Samen met een vriend ontgonnen we gedurende onzer tienerjaren de alternatieve rock uit die tijd. Ik weet nog goed hoe vriend N. gedurende onze busreis naar het Torhout festival in '97 opeens begon uit te wijden over zijn nieuwe ontdekking: deze plaat van Mercury Rev. Het eerste nummer van dat album was volgens hem een en al kakafonie, maar als je het vaker luisterde viel alles vanzelf op zijn plaats. Zoiets bonts was in die tijd nieuw voor ons, we luisterden verder vooral naar relatief veilige alternatieve muziek die eigenlijk direct aansloeg. Samen met het toen vers verschenen Ok Computer (in die tijd onze topfavoriet) werden er echter nieuwe bakens verzet.
Al snel groeide ik in dit album, maar daar bleef het eigenlijk bij wat Mercury Rev betreft. De vriend werd fanatiek Mercury Rev-fan, maar de andere albums wisten mij nooit zo te raken, al kan ik een hoop losse nummers wel waarderen. Pas sinds ik hier op Musicmeter lovende kritieken las over het debuut heb ik die plaat in de uitgebreide herkansing gedaan.
Wat ik bijzonder vind aan dit album is dat het niet zozeer aanvoelt als een verzameling liedjes, maar meer als een 40-minuten durende trip, zowel intens als lichtvoetig. Een trip die altijd ongrijpbaars heeft gehouden. Een soort onduidbare innerlijke strijd en dat sprak me altijd wel aan.

Het is ook een overgangsalbum tussen de experimentele Mercury Rev van de eerste twee albums en de theatrale Mercury Rev van hierna.
Wat de muziek zelf betreft: het openingsnummer is nogal gedurfd. Het is lang en qua dynamiek meer een typische afsluiter... Het begint met iemand die op een electrisch orgel (?) ramt en dat gaat zo door totdat het nummer halverwege explodeert en er een oorverdovende climax vol gitaren, drums, orgels en koperen blazers los gelaten wordt. Bovenop al die herrie speelt een fluit een oogstrelende melodie om zo houvast te bieden in het lawaai. Het hieropvolgende nummer is kort en redelijk rechttoe rechtaan. Een verbeten liedje waarin Jonathan Donahue het heeft over
"a young man's stride". Ik heb de thematiek van dit album nooit echt doorgrond, maar wel altijd het idee gehad dat het een soort 'gevecht tegen de demonen'-plaat was van Donahue. In het eerste nummer zingt hij ook al
"Was there room in yr heart for yr weakest son?" over zichzelf in relatie tot God.
Na dit stormachtige begin is
A Sudden Ray of Hope opvallend zorgeloos. Het begint met een heerlijk onbekommerd "dudududu-duduu dudududu-duduu" gezang. In het midden zit een jazzbreak die me erg aan de break in King Crimson's 21st Schizoid Man doet denken; opeens gaat het helemaal los met trompetten en een klarinet. Na de break kabbelt het nummer rustig uit met een fade out.
Everlasting Arm, de single van dit album, houdt die sfeer aan. Mooie track.
Met
Racing the Tide wordt eigenlijk al de finale van het album ingezet. Op een dromerige melodie zingt Donahue
"I'm so close I'm almost inside/Won't be long before the mystery is mine/I'm so close I'm almost inside/But there were times I hung my head and cried". Ik weet niet waar hij bijna binnen is (ik ben altijd geneigd dit soort teksten als metaforen voor een of andere innerlijke strijd af te doen

), maar de manier waarop hij het zingt klinkt enorm vastberaden - of beter nog, de vastberadenheid voorbij. Als een overwinning al lang en breed vast staat. Op een gegeven moment verandert het nummer van kleur en wordt het een beetje een jazz-achtige jam, compleet met soul-zangeres, waarna het ongemerkt over gaat in het volgende nummer. Opeens roept iemand
"See You On the Other Side!" en beetje bij beetje komt de muziek weer tot rust.
Uiteindelijk mondt het uit in het mooie
A Kiss From an Old Flame (a Trip to the Moon), dat een beetje een jaren '50 grandeur uitademt (maar dan op zijn Mercury Rev's, hier met zingende zaag). Het afsluitende
Peaceful Night is een echt slaapliedje...
Voor mij persoonlijk zal dit altijd wel de ultieme Mercury Rev-plaat blijven. The first cut is the deepest.
