Mb.
"I was swift and fast, and I was always on the go, most folks call me Rolls Royce' Darondo." Aan karakter geen gebrek. William Daron Pulliam genoot van het leven en dat bleef niet onopgemerkt. Een dame uit de buurt merkte het al snel op: ''Daron got that dough." Hieruit kwam zijn bijnaam. Waar kreeg Darondo dan al dat geld van? Het gerucht gaat dat hij een pooier was, maar Darondo zelf legt het op een mythe. Toch is niet alles gelogen. Met zijn markante verschijning werd de illusie natuurlijk al snel gewekt: de dure pakken, de gouden ringen, het gelakte haar en uiteraard de witte Rolls Royce. Hij erkent zelfs dat hij geld accepteerde van enkele vrouwen, maar hij wilde nooit weten waar dat geld vandaan kwam. In zijn eigen woorden: "Back in them days, I was very fast, but never that fast." Darondo verdiende vooral zijn geld via handel in onroerend goed en later ging hij werken als medisch specialist. En de muziek?
De muziek was zijn passie. Hij groeide op in Berkeley, California en leerde zichzelf al op vroege leeftijd gitaar spelen. In datzelfde Berkeley vormde Darondo als tiener zijn eerste bandje waarmee hij optrad in een lokale club genaamd Lucky 13. De tijd vloog voorbij en het was pas in de jaren 70' dat hij weer van zich liet horen. Als het ware uit protest tegen zij die wilden, maar niet deden, nam hij enkele singles op. "At the time, to me, it was like a hobby, because it was something I wanted to do and I wanted to see if I could do it", verklaarde Darondo later. Hij deed het niet voor het geld of voor de faam: het was omdat hij het wilde en niemand anders. Misschien is dat de reden waarom zijn carrière zo van korte duur was. Al die bijkomstigheden hoefden niet. Muziek is echter tijdloos en vele jaartallen later ontdekten bekende namen - bv. Gilles Peterson en DJ Shadow - het geluid van Darondo. Uiteindelijk was het Justin Torres die contact wist te leggen. Het resultaat? Al het gevonden materiaal werd uitgebracht op één plaat.
En het resultaat mag er zeker wezen. Als Darondo iets deed, dan deed hij het goed. Dat hoor je terug in de muziek. De instrumentatie is uiterst funky, maar het is vooral de stem van Darondo die de aandacht pakt. Op het ene moment loepzuiver en zoetvloeiend, maar op het andere moment net zo goed vals van toon. Je gelooft wat hij zingt, dat vooral. Er is van alles wat. Neem bijvoorbeeld het sociaal-kritische Let My People Go: iets wat dreigende instrumentatie met een Darondo die even vertelt hoe het zit. Toen hij nog optrad in de Lucky 13 danste iedereen met elkaar. Dat beeld moet hem hoop hebben gegeven. Zo concludeert hij het nummer: "Black man, white man, to live in peace." We maken al een omslag bij het nummer Legs. Funk met een hoofdletter. Te vulgair voor de radio, maar desondanks een succes. "After two in the morning, you’d hear nothing but Legs!", zei Darondo later. Een ander nummer dat de moeite waard is om te noemen is Sure Know How To Love Me. Niet eens het spannendste nummer, maar de breekbaarheid van Darondo's stem komt hier heel mooi naar voren. Hij vecht echt voor die hoge noot!
Het beste nummer is echter het werkelijk prachtige Didn't I. Niet verrassend was dit nummer toentertijd een grote hit in de Bay Area van San Fransisco. Blijkbaar was de impact groot, want rapper Grip Grand - geboren in San Fransisco! - gebruikte Didn't I als basis voor zijn nummer Remember The Time. Toch vind ik het origineel beter. Darondo legt zijn ziel bloot en vraagt zichzelf af: "Didn't I do the best I could?" Het is een vraag die we allemaal wel eens gesteld hebben, maar Darondo gaat verder. Hij is verlaten. Zijn hart is gebroken, maar hij verlangt alsnog: "Why you want to leave me, baby?" Stiekem wil je mee zingen. De emotie doorbreekt zijn stem. De instrumentatie biedt dan ondersteuning, maar is een genot op zichzelf. Alles klopt aan het nummer en James Brown begreep dat. Toen James optrad in het lokale theater van Berkeley stond Darondo in het voorprogramma. Eigen huis. Volle bak. Dat was één van zijn laatste optredens. Hij stond op hetzelfde podium als James. Meer wenste hij niet. Tevreden reed hij na het optreden in zijn witte Rolls Royce de toekomst tegemoet. Het motto? Wie dan leeft, wie dan zorgt.