MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Orville Peck - Pony (2019)

mijn stem
3,78 (60)
60 stemmen

Canada
Country / Rock
Label: Sub Pop

  1. Dead of Night (3:59)
  2. Winds Change (2:59)
  3. Turn to Hate (4:56)
  4. Buffalo Run (3:38)
  5. Queen of the Rodeo (3:17)
  6. Kansas (Remembers Me Now) (3:35)
  7. Old River (1:01)
  8. Big Sky (3:32)
  9. Roses Are Falling (3:05)
  10. Take You Back (The Iron Hoof Cattle Call) (3:27)
  11. Hope to Die (4:29)
  12. Nothing Fades Like the Light (3:46)
totale tijdsduur: 41:44
zoeken in:
avatar van Lura
4,5
Pony van Orville Peck lag een tijd onderaan de stapel van te recenseren albums, omdat ik niks heb met artiesten die gebruikmaken van gimmicks. Uiteindelijk won toch mijn nieuwsgierigheid en gelukkig maar blijkt nu.

Orville Peck is niet zijn echte naam, het gaat hier om Daniel Pitout geboren in Zuid-Afrika, maar nu woonachtig in Toronto. Zijn muzikale wortels liggen in de punk en rock. Hij is vooral bekend als drummer van de noise-punkband Nu Sensae en de alternatieve rockband Eating Out.

Verder werkte hij met de bands Shannon & the Clams, Groovy Temple en Terror Bird. Daarnaast is hij een van de oprichters van de AIDS Music Day Project, waarmee men door middel van muziek en kunst het publiek bewust wil maken voor de gevaren van HIV en AIDS.

In 2017 begon hij country muziek te maken onder de naam Oliver & Friends. Tot zijn belangrijke muzikale invloeden rekent Peck onder andere Merle Haggard, Willie Nelson, Loretta Lynn en Dolly Parton. Het gevarieerde repertoire op Pony kan grotendeels tot de alternatieve country gerekend worden.

Als je Peck hoort zingen vraag je je meteen af waarom hij niet eerder in dit genre is gaan zingen. In opener Dead of Night hoor je duidelijk de invloed van Roy Orbison in de zang. De video van dit liedje is overigens duidelijk geïnspireerd door David Lynch.

In Turn to Hate probeert hij Lloyd Cole naar de kroon te steken. En zo lijkt Buffalo Run op een nooit eerder uitgebrachte track van Joy Division. Maar af en toe waan je je net zo goed in een nachtclub in de jaren vijftig.

Hij zingt vooral over mensen aan de zelfkant van de maatschappij en hun liefdesperikelen. Peck schreef op twee na alle liedjes zelf, Kansas en Winds Change schreef hij samen met Duncan Hay Jennings. Met Pony bewijst Peck dat hij een grote aanwinst is voor het alternatieve countryrock genre.

avatar van erwinz
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Orville Peck - Pony - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Orville Peck - Pony
Orville Peck grijpt op fraaie wijze terug op muziek uit de jaren 50, maar sleept er net zo makkelijk invloeden uit de new wave bij op dit fascinerende debuut

Wat een fascinerende plaat is dit. Het gitaarwerk neemt je het ene moment mee terug naar de rockabilly en country uit de jaren 50, maar trekt je het volgende moment zomaar de hoogtijdagen van The Smiths in. Stokoude rootsmuziek gaat hand in hand met donkere new wave, zonder dat het ook maar een moment vervreemd. In vocaal opzicht is Pony nog indrukwekkender, want crooner Orville Peck kan alle kanten op. Van honingzoete country tot aardedonkere new wave; alles wat Orville Peck op zijn debuut Pony aanraakt verandert in goud. Prachtplaat.

In eerste instantie werd mijn aandacht vooral getrokken door de felrode cover met de opvallende afbeelding, maar deze cover maakte me uiteindelijk nieuwsgierig genoeg om eens te luisteren naar het debuut van de mij totaal onbekende Orville Peck.

Deze Orville Peck staat op de cover van zijn debuut Pony afgebeeld als gemaskerde cowboy, wat bijdraagt aan alle mysterie rond zijn persoon.

Volgens zijn bandcamp pagina opereert hij nu vanuit Nevada, maar is hij afkomstig uit “the badlands of North America”. In deze badlands maakte hij waarschijnlijk kennis met invloeden uit de country, rock ’n roll en rockabilly uit de jaren 50 en 60, want deze invloeden vormen vaak de basis van de muziek van de Amerikaanse muzikant.

Pony opent met fraaie ruimtelijke gitaarlijnen, die al snel gezelschap krijgen van de mooie stem van Orville Peck, die een volleerd crooner blijkt te zijn. Pony stapt onmiddellijk in de voetsporen van de eerste albums van Chris Isaak, die de mosterd natuurlijk ook uit het verre verleden haalde, en voegt er in de hoge noten nog een vleugje Roy Orbison aan toe.

Het mooie van Pony is dat Orville Peck niet blijft hangen bij country en rock ’n roll uit de jaren 50 en 60, maar er uiteenlopende invloeden bij sleept. Pony klinkt hier en daar als Morrissey die de country en rock ’n roll heeft ontdekt of als Lloyd Cole die op zoek is gegaan naar de oorsprong van de rockabilly. Pony kan hierdoor omslaan van een traditioneel aandoende rootsplaat of croonerplaat in een album dat inspiratie haalt uit de 80s new wave of zelfs uit de shoegaze of gothrock uit de jaren 90.

Door alle invloeden zet Pony van Orville Peck je vaak op het verkeerde been, maar het debuut van de Amerikaanse muzikant overtuigt op indrukwekkende wijze. Het is fraai hoe stokoude invloeden uit de country en rockabilly in een keer om kunnen slaan in een eigentijdser geluid, bijvoorbeeld door opeens elektronica of juist een banjo toe te voegen of door de gitaren opeens totaal anders te laten klinken.

Gitaarloopjes die het ene moment nog uit de Sun Studio’s in de jaren 50 lijken te komen, worden opeens voorzien van zonnestralen zoals Johnny Marr dat kon in zijn beste dagen of herinneren aan de hoogtijdagen van Lloyd Cole & The Commotions.

Het is nog veel mooier hoe Orville Peck met zijn stem alle kanten op blijkt te kunnen. Het ene moment haalt hij de hoge noten van Roy Orbison, het volgende moment kruipt hij in de huid van een jonge Elvis, niet veel later steekt hij Morrissey naar de kroon lijkt het, net als bij David Eugene Edwards in zijn beste dagen, of de duivel hem op zijn hielen zit, of klinkt hij net zo poppy als Erasure zanger Andy Bell of net zo soulvol als Allison Moyet.

Constant word je heen en weer geslingerd tussen met name de jaren 50 en 80, maar het klinkt geen moment onlogisch. Orville Peck slaat op indrukwekkende wijze een brug tussen genres en tijdperken, maakt indruk met een bijzonder fraaie en trefzekere instrumentatie en imponeert met een stem die alle songs op zijn debuut naar een hoger plan tilt.

In eerste instantie klinkt het vooral leuk en origineel, maar hoe vaker ik naar Pony luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Orville Peck een hele mooie en ook hele bijzondere plaat heeft gemaakt, die een ieders aandacht verdient. Erwin Zijleman

avatar van aERodynamIC
4,5
Toen deric raven me op dit album wees wist ik gelijk al wel dat ie gelijk zou gaan krijgen dat dit wat voor mij zou kunnen zijn. Allereerst hebben we een behoorlijk gelijkende muzieksmaak en zijn korte aanmoediging 'Crooner met jaren 80 invloeden in een country jasje' was genoeg.

In zo'n geval ga je op zoek, en het eerste wat je ziet is de hoes: ik kreeg gelijk een Prince-associatie die in de jaren '90 nog wel eens hoofddeksels droeg met daarvoor een kralengordijn. Orville doet het met een cowboyhoed. Een beetje een stijlmerk. Een beetje gekkigheid is altijd leuk natuurlijk.

De eerste klanken deden me erg denken aan jaren '80 acts: waarom hoor ik hier Alison Moyet in?! (edit: ik zie na dit schrijven dat Erwin dit ook zo ervaart, het ligt dus niet aan mij). Maar ook bands als The Church, Lloyd Cole & the Commotions. The Triffids of The The loeren om de hoek (ongetwijfeld nog wel wat, waar ik nu even niet zo snel op kom). En ja, die gaan er in als koek bij mij. Het koste me dan ook geen enkele moeite om Pony te omarmen.
Zelf omschrijft hij zijn muziek overigens als 'Psychedelic outlaw cowboy croons love and loss from the badlands of North America.'

Jaren '80 met een country-sausje dus, maar de term country vind ik best nog een gevaarlijke, want het is meer dan dat. Dat is juist ook zo bijzonder hieraan: het is zo duidelijk als wat, maar ik ervaar het anders.
Het is muziek waar ik altijd een zwak voor heb: een beetje dramatisch, opvallend qua presenteren, een donker randje en een bijzondere stem.

Misschien net even een wat te grote act (dan ga ik twijfelen aan de oprechtheid ervan: wat is echt en wat is aangedikt voor de show), maar ik hou hier enorm van! En dat is het een queer-artiest is..... daar kwam ik ook pas achter toen het album in volle rotatie ging. Het enige waar ik toen aan dacht was 'het zal weer eens niet waar zijn; ik zoek het nooit bewust op, maar kom er altijd op uit'. Zullen we de term gay-cowboy maar niet gaan gebruiken? Orville Peck is een zeer fijne ontdekking met een wat mij betreft tijdloos debuut album waarin aspecten zijn verwerkt waar ik echt enorm van houd. De rest is bijzaak.

avatar van galleryplay
4,5
Ben behoorlijk positief verrast door Pony, sterker nog: verrassing van het jaar!
Het iets mindere tweede gedeelte van de plaat gaat wel erg richting Roy Orbison - In Dreams waardoor de beelden uit Blue velvet geen moment van mijn netvlies verdwijnen tijdens het luisteren.

Buffalo run een I will follow rip off? Grappig, die link had ik nooit gelegd. Ik hoor nagenoeg dezelfde structuur als in Herion van Velvet Underground

avatar van frolunda
3,5
De hoes vond ik aanvankelijk nu niet bepaald uitnodigend om de muziek te gaan proberen maar aan de andere kant bleef de foto van Orville Peck wel intrigeren en de combinatie Subpop/country sprak me ook wel aan.
Ach en na een weekje zo af en toe eens luisteren blijkt Poney een sfeervol,tot op zekere hoogte origineel maar ook een wat zonderlinge plaat te zijn.Voor een groot gedeelte kent hij een wat Twin peaks achtige ambiance met vocalen die lijken te pendelen tussen Elvis Presley en Roy Orbinson en verder is het allemaal diep en donker.Vooral in het begin werkt dat prima,mede omdat we daar met onder andere Turn to Hate en Buffalo Run de sterkste composities terug vinden.In het laatste gedeelte weet Orville Peck dat hoge niveau niet helemaal meer vast te houden en ook krijg ik af en toe het gevoel dat ik naar een gimmick zit te luisteren.
Door de mooie en warme zangstem van Peck en het toch wel heerlijke sfeertje geef ik deze gemaskerde Cowboy voorlopig het voordeel van de twijfel maar ik ben er niet zeker van of hij echt het grote talent is wat ik sporadisch meen te horen.
Goed en erg benieuwd naar zijn muzikale vervolgstappen.

avatar van deric raven
4,5
Als gecamoufleerde cowboy presenteert Orville Peck zich als een soort van hedendaagse Zorro aan het publiek. Vaak is de schrikreactie groter als je de artiesten zonder make-up of maskers ziet, en dat verklaard een hoop. Bij Orville Peck past het allemaal wel. Hier is niet zozeer de behoefte om het ware individu achter het kostuum te ontdekken. De muziek is al krachtig genoeg. Mooi hoe hij die duistere country invloeden weet te koppelen aan zijn wat tegen het lichte croonende stemgeluid. Met regelmaat wordt er terug gegrepen naar de New Wave sound, zonder zichzelf als een kopie te presenteren. Over de artiest is verder weinig bekend, behalve dat hij uit Noord Amerika komt. Laat het mysterie Orville Peck maar een groot vraagteken blijven, dat past ook het beste bij de muziek. Vanuit deze zijde geen koortsige zoektocht naar het personage, Pony heeft al genoeg aan de indrukwekkende geluid. Sub Pop oriënteert zich steeds breder, waardoor kansloze liedjesschrijvers via dit label de mogelijkheid hebben om een groter publiek aan zich te koppelen.

Spaarzaam komen de akkoorden tot zijn recht die de gitaar ontvluchten in het desolate Dead Of Night. Dat hier vervolgens een vintage shoegazer tintje aan toe wordt gevoegd werkt erg in het voordeel. Outlaw Orville Peck klinkt net niet stoer genoeg, en dat maakt zijn wat androgene zang mooi fragiel en kwetsbaar. Zijn openbaarheid van spreken zou zich perfect lenen voor een Brokeback Mountain achtige soundtrack. Muziek passend bij een niet alledaags liefdesverhaal. Ongelofelijk hoe lekker het allemaal in elkaar overloopt. Gelijk al voel je mee met de eenzaamheid en het verborgen leven van dit uitschot van de Amerikaanse maatschappij. Na deze introductie kan Pony alleen maar mooier worden. Met treurnis in het spel vervolgen we de weg door de woestijn, waar heerlijke countryklanken een opgejaagde begeleiding krijgen in het refrein van Winds Change. De momenten waarbij de nostalgie van de jaren tachtig samen met de vocalist de salondeuren opent van een spokende verlaten drankhol, waar oude postpunkhits uit een alsmaar door spelende jukebox weerklinken.

Het nergens bij horen en de strijd die dit hem oplevert staat centraal in het prachtige, melancholische Turn to Hate. Cowboy zijnde tegen wil en dank. Het verlangen om zich te nestelen, werkt tegen het gevoel van bindingsangst in. Deze stoornis is bepalende voor het verdere verloop, maar levert wel een mooi persoonlijk monument op. De hoed die niet van zijn hoofd verdwijnt staat symbool voor het zich nergens thuis voelen. Peck heeft een eigen kenmerkende manier van gitaar spelen, welke zich aangenaam bij tracks als deze laat ontplooien. Bij Buffalo Run laat hij meer psychedelische invloeden de song leiden. Het destructieve karakter van Velvet Underground lijkt hier te dienen als verrijkende voedingsbodem. Om vervolgens met totale overgave de gitaarnoise als afsluitend element toe te laten. Met de doffe drumslagen ploffen we weer relaxt het shoegazer tijdperk binnen met het straffe Queen of the Rodeo. Kilte die aangenaam wordt afgewisseld door warmte, terwijl een overspannen thermostaat probeert een passend klimaat hierbij te creëren.

De liefde voor het thuisland wordt aangenaam bezongen in het meer croonende Kansas (Remembers Me Now), een voorbode van de twist die volgt. Langzaamaan komt de jaren vijftig gerichte country binnen sijpelen, die zich voortzet in het korte Old River. In de tijd dat Johnny Cash het podium verlaat mag Orville Peck in zijn dromen het intermezzo opvullen. Terwijl Elvis Presley de laatste peppillen naar binnen werkt om hem af te lossen, zo eenvoudig lijkt hij te switchen tussen verschillende stijlen. Natuurlijk gaat het duistere Big Sky verder, waarmee hij zich in het gezichtsveld van filmproducer David Lynch wil opdringen. Helaas is deze grootheid al een tijdje van zijn pensioen aan het genieten, en wordt die plek nog niet opgevuld. De Europese benadering van de eerste helft van de plaat zijn nu definitief verruilt voor het Amerikaanse schemergebied. Nog meer als er een aangenaam huwelijk volgt tussen de zomerse surf met toegankelijke country in Roses Are Falling, en zich na Cash die andere Man In Black laat zien als inspiratiebron. Roy Orbison zal zich niet omdraaien in zijn graf, maar glimlachend met gevouwen handen zijn eeuwige slaap vervolgen.

De luchtigheid wordt opgezocht in het Folsom Prison bajeslied Take You Back (The Iron Hoof Cattle Call), waarbij de gevangenen al fluitend en met hun boots stampend als ritmesectie kunnen dienen. Het is bijna vanzelfsprekend te noemen dat Peck hier meer Rock and Roll in zijn vocalen weet te stoppen, om zich een stuk zwaarder te presenteren. Eigenlijk komt alles mooi samen in de ballad Hope to Die. Vocaal wisselt diep laag zich met hemels hoog af, croonend als een vergeten eighties idool, met ruimte voor de treurnis van de postpunk, ingekapseld door kitscherige country. Dat kermisgevoel zit ook verborgen in het afsluitende Nothing Fades Like the Light, maar wil niet storend over komen. In afzondering vervolgt de karaktiserende hoofdrolspeler zijn weg, zijn onzekere toekomst tegenmoed tredend. Hopelijk met mooie concerten op zijn weg.

Orville Peck - Pony | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 12:52 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 12:52 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.