MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Sleater-Kinney - The Center Won't Hold (2019)

mijn stem
3,21 (33)
33 stemmen

Verenigde Staten
Rock
Label: Mom+Pop

  1. The Center Won't Hold (3:04)
  2. Hurry on Home (2:48)
  3. Reach Out (3:30)
  4. Can I Go On (3:30)
  5. Restless (2:41)
  6. Ruins (5:18)
  7. LOVE (2:16)
  8. Bad Dance (2:45)
  9. The Future Is Here (3:00)
  10. The Dog/ The Body (4:22)
  11. Broken (3:02)
totale tijdsduur: 36:16
zoeken in:
avatar van erwinz
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sleater-Kinney - The Center Won't Hold - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Sleater-Kinney - The Center Won't Hold
Sleater-Kinney slaat aan de hand van St. Vincent andere wegen in en dat is even wennen, tot er langzaam maar zeker steeds meer op zijn plek valt

Sleater-Kinney leverde tot dusver alleen maar goede albums af. De formule van de band gaat al bijna 25 jaar mee, maar had nog niets van zijn glans verloren. Desondanks kiest de band op haar nieuwe album voor een nieuwe weg. Samen met producer St. Vincent verruilt Sleater-Kinney de pop voor de rock en is het rauwe gitaargeluid ingewisseld voor een vol kinkende productie vol synths. Het is absoluut even wennen. Heel erg wennen zelfs. In eerste instantie hoorde ik niets in het nieuwe geluid van een van mijn favoriete bands van de afgelopen drie decennia, maar langzaam maar zeker dwingt Sleater-Kinney respect af. Het blijft wennen, maar langzaam maar zeker valt er steeds meer op zijn plek.

Sleater-Kinney schaar ik absoluut onder mijn favoriete bandjes van de laatste drie decennia. Het trio dat werd geformeerd in Olympia, Washington, maar dat inmiddels alweer geruime tijd vanuit Portland, Oregon, opereert, leverde met albums als Call The Doctor (1996), Dig Me Out (1997), The Woods (2005) en No Cities To Love (2015) een aantal onbetwiste klassiekers af, maar de andere albums die de Amerikaanse band afleverde doen hier nauwelijks voor onder.

Waar de band in de jaren 90 de ene na de andere prachtplaat afleverde, is Sleater-Kinney in het nieuwe millennium niet erg productief. Na het geweldige The Woods uit 2005 was het maar liefst tien jaar stil en ook op de opvolger van het in 2015 verschenen No Cities To Love hebben we vier jaar moeten wachten.

Aan de vooravond van de release van The Center Won’t Hold werd duidelijk dat drumster Janet Weiss de band heeft verlaten, maar op het nieuwe album is ze nog wel te horen. Samen met overblijvers Carrie Brownstein en Corin Tucker ziet ze er op de nieuwe persfoto’s van de band behoorlijk gestyled uit, wat past bij het feit dat niemand minder dan St. Vincent het nieuwe album van de band produceerde.

Ik was op voorhand niet gerust op een goede afloop en toen ik The Center Won’t Hold voor het eerst had gehoord overheerste diepe teleurstelling. The Center Won’t Hold klinkt direct vanaf de eerste noten meer als een St. Vincent album dan als een Sleater-Kinney album. Elektronica domineert op het nieuwe album van de band uit Portland, terwijl de gitaren vaak nauwelijks te horen zijn.

In de openingstrack lijkt Sleater-Kinney zich na tweeënhalve minuut te ontworstelen aan het keurslijf van Annie Clark en horen we heel even het vertrouwde Sleater-Kinney geluid, maar lang duurt het niet. Producer Annie Clark heeft Sleater-Kinney ondergedompeld in een zwaar aangezette productie en heeft de band bovendien een flinke zet gegeven richting pop.

Ik geef direct toe dat het bij de eerste luisterbeurten niet meeviel om het zo opgepoetste Sleater-Kinney aan het werk te horen, maar een liefde van bijna 25 jaar geef je ook niet zomaar op. The Center Won’t Hold kan ook na vele luisterbeurten nog niet tippen aan de genoemde meesterwerken van de band, maar ik begin langzaam maar zeker wel wat te horen in Sleater-Kinney 2.0.

Voor het zover is moet je het oude geluid van de band loslaten. The Center Won’t Hold Bevat nergens de rauwe en stekelige rock die we van het Amerikaanse trio kennen. Het nieuwe album van Sleater-Kinney is meer een pop- dan een rockalbum, maar het is een popalbum dat langzaam maar zeker respect afdwingt. The Center Won’t Hold klinkt meer dan eens als een St. Vincent album, maar het is wel het meest rauwe St. Vincent album dat ik ken.

Luister nog wat beter en je hoort dat onder alle retro synths fantastisch gitaarwerk is verstopt. Het is gitaarwerk dat doet denken aan de hoogtijdagen van de post-punk, maar ook aan de gitaren die Bowie in zijn Berlijnse periode aan zijn muziek toevoegde.

Inmiddels ben ik er van overtuigd dat ik The Center Won’t Hold een prima album had gevonden als het niet onder de naam Sleater-Kinney was uitgebracht, want bij die naam verwacht ik toch echt iets anders. Aan de andere kant verdienen Carrie Brownstein en Corin Tucker respect voor het durven loslaten van een zeer succesvolle formule die na bijna 25 jaar nog niets van zijn glans had verloren.

Ik blijf het proberen met The Center Won’t Hold en iedere keer valt er weer wat meer op zijn plek. Of het album me ooit net zo dierbaar gaat worden als de genoemde meesterwerken van de band durf ik niet te voorspellen, maar The Center Won’t Hold verdient absoluut een kans. Sleater-Kinney 1.0 is dood, lever Sleater-Kinney 2.0. Erwin Zijleman

avatar van Yak
3,5
Yak
Ik ben nooit bij voorbaat tegen muzikale veranderingen voordat ik iets van het resultaat heb gehoord, maar toen ‘Hurry On Home’ en ’The Future Is Here’ als vooruitgeschoven posten waren te beluisteren werd ik niet blij. Met name ‘The Future Is Here’ zou zomaar eens het slapste nummer kunnen zijn dat ik ooit van deze band heb gehoord. Vervolgens zakte met het vertrek van Janet Weiss de moed me al helemaal in de schoenen. St. Vincent, wiens rare, afstandelijke act me zeker na haar zwakke laatste album steeds meer tegenstaat, leek een slechte match voor Sleater-Kinney. Het beloofde allemaal niet veel goeds.

Nu het album er is, blijkt het reuze mee te vallen. Ja, de invloed van St. Vincent is zo goed merkbaar dat het soms lijkt alsof ze eigenhandig een paar extra bruggetjes heeft ingezongen en in de nummers heeft geplakt (zie: het einde van ‘Hurry On Home’, het bijna-einde van ‘Can I Go On’), maar over het algemeen pakt haar productie bepaald niet slecht uit. De ronkende synthesizers die links en rechts opduiken, of de vaak dik aangezette drums - eigenlijk klinkt het meestal gewoon fucking goed. Zolang de nummers sterk zijn overstijgen ze sowieso welke productie dan ook, en behoorlijk wat nummers van dit album (maar zeker niet allemaal) zijn sterk.

Het merendeel past niet echt in het format dat we kennen van deze band. Het titelnummer is dan ook meteen een vreemde curveball: de laatste minuut is brute oer-Sleater-Kinney die we niet meer hebben gehoord sinds The Woods, maar het geluid van dat ene minuutje zal het nergens op het album meer terugkeren. En hoe zeer ik ook kan terugverlangen naar met name 'Call The Doctor', aan de andere kant staat het opgepoetste geluid de dames ook wel - sterker nog, de onbeschaamde poppyness van ‘LOVE’ en het kolossale refrein van ‘The Dog/The Body’ zijn zo onweerstaanbaar dat het voorlopig mijn favoriete nummers van dit hele jaar zijn. Het dansen tot de verdoemenis ons overspoelt van ‘Bad Dance’ is ook vrij weergaloos. En was dat nummer al een vreemd ding, zeker voor Sleater-Kinney-begrippen, dan bewijst de soort spookslot-opera van 'RUINS' wel hoe zeer het de bevreemdende kant kan oprollen, al kan ik op andere momenten ook werkelijk helemaal niks met dat nummer. ‘Restless’ en ‘Can I Go On’ zijn wat rechtlijniger en vallen daardoor misschien iets minder op, maar ook dat vind ik puike nummers.

Het is jammer om te moeten constateren, maar ik vind op dit album vooral Corin Tucker tegenvallen. De nummers die door haar gedragen worden (‘Reach Out’, ‘The Future Is Here’, ‘Broken’) zijn zwaar ondermaats, en hoewel Carrie ook wel eens betere teksten heeft geschreven dan op dit album, zijn het toch met name die vele dik aangezette teksten van Corin die me regelmatig doen zuchten van ergernis (“darkness is winning again”, “I start my day on a tiny screen”, “I really can't show you that face”). ‘Broken’ is toch wel het absolute dieptepunt van dit alles - vrijwel niets is goed aan dit nummer, van de kleuterachtige melodie op een slome 1980’s elektrische piano tot de beroerde teksten aan toe. Het sluit het album af met een wel erg valse noot, zeker na de overwinningsroes van ‘The Dog/The Body’.

Ik kan er alleen maar naar gissen hoe de totstandkoming van dit album gelopen is, maar voor mij voelt het alsof Corin en Janet buitenspel zijn gezet door het duo Brownstein/Clark, die samen overduidelijk de doorslaggevende stem op dit album hadden. Schoorvoetend toegelaten inspraak van de andere bandleden heeft meteen ook de slechtste nummers opgeleverd. Of dit alles ook te maken heeft gehad met Janet’s vertrek, of dat het de reden is dat Corin slechts een bijrolletje op dit album lijkt te vervullen, ik heb werkelijk geen idee. Maar pijnlijk is het wel, want Sleater-Kinney is letterlijk de oude niet meer. Wat het wel heeft opgeleverd is een verre van een slecht, bij vlagen zelfs verbijsterend goed album.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 08:21 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 08:21 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.